Als vervolg op de fraaie uitgave Groeten uit Suriname. Suriname in 500 oude ansichtkaarten (Terra Lannoo, 2023) verscheen onlangs een tweede fotoboek met als basis de collectie Buku-Bibliotheca Surinamica van kenner en verzamelaar Carl Haarnack. Esther Wils heeft er weer veel plezier aan beleefd.
Op 11 november jl. werd het boek Suriname in beeld onder luide bijval ten doop gehouden in de gloednieuwe Kartini-zaal van de Universiteitsbibliotheek Leiden. UBL-directeur Kurt de Belder benadrukte in zijn introductie het belang van de eigen koloniale collectie – waaronder een flink aantal brieven van Kartini, onlangs uitgeroepen tot werelderfgoed – en zijn persoonlijke belangstelling voor Suriname. Hij was mee geweest toen UBL-conservator Garrelt Verhoeven en particulier verzamelaar Carl Haarnack hun ansichtkaartenboek in Suriname waren gaan aanbieden op scholen en andere instellingen. Uit de toespraak van Gert Oostindie, voorzitter van de pas opgerichte Stichting Buku-Bibliotheca Surinamica, bleek dat de UBL een handje gaat helpen bij het werven van fondsen en het vinden van huisvesting voor de indrukwekkende collectie die Haarnack in de loop van zijn leven heeft verzameld. Niet alleen foto’s en ansichtkaarten, maar ook waardevolle en zeldzame boeken, prenten, documenten en wat dies meer zij. Doelstelling van de stichting is behalve het behoud van de collectie ook de bevordering van het gebruik ervan voor culturele en educatieve doeleinden.
Het wekt wel verbazing dat er voor een zodanig unieke collectie kennelijk zo veel moeite moet worden gedaan om fondsen te vinden. In elke tentoonstelling over Suriname en/of slavernij die ertoe deed in de afgelopen jaren, waren vele stukken uit de collectie te vinden en Haarnack werd steevast als adviseur genoemd, en dat geldt ook weer voor de onlangs in het Allard Pierson geopende tentoonstelling Not my Soul. Over slavernij, wet en vrijheid. Het kabinet-Rutte IV stelde eind 2022 tweehonderd miljoen beschikbaar voor bewustwording van het slavernijverleden, waarvan de helft besteed zou moeten worden aan ‘maatschappelijke initiatieven’. De stad Amsterdam en het rijk hebben samen zo’n 94 miljoen euro over voor de nieuwbouw van een slavernijmuseum plus kenniscentrum (er is nog een tekort begroot van zo’n 17,4 miljoen, te financieren door externe partijen). Wat zou gezien die ambitie een betere bestemming zijn dan het veiligstellen van de verzameling Haarnack voor Amsterdam?
Lastig selecteren
Met dat nieuwe boek (vijf sterren in NRC) is de wereld in elk geval blij. Het applaus was niet van de lucht tijdens de presentatie en dat was ongetwijfeld te danken aan het enthousiasme en de inzet voor hun werk van de makers, in het bijzonder Haarnack, die – zo bleek uit de vele anekdotes die werden opgedist – ook tijdens het samenstellen van het boek nog elke keer met interessante aankopen op de proppen kwam. Zo was het portret van de aanminnige Wilhelmina van Eerde opgedoken, die Haarnack herkende als een van de gefotografeerden in het kader van de koloniale tentoonstelling in Parijs van 1883 – daar werden zoals bekend ook mensen tentoongesteld –, afgebeeld in het boek Les Habitants de Surinam van fotograaf Friedrich Carel Hisgen, in opdracht van Roland Bonaparte. ‘Zeg nou zelf, die had toch niet mogen ontbreken?’, aldus Haarnack.

Niet al die ‘ribben uit zijn lijf’ – want deze historische foto’s zijn inmiddels veel geld waard – konden nog in het boek worden opgenomen; het moet al een hondenbaan zijn geweest uit de omvangrijke verzameling deze tamelijk bescheiden keuze te maken, te meer daar de uitgever had bedacht dat het overzicht tot aan de onafhankelijkheid van Suriname moest lopen, in het jaar 1975. Een commercieel motief dat ik persoonlijk een beetje vind afdoen aan het geheel. Het is duidelijk en wordt ook als zodanig benoemd dat er over de jaren vanaf WO II nog veel onderzoek te verrichten valt. Het hoofdstuk dat deze periode bestrijkt, noemt verschillende, ook bekende fotografen (zoals Ed van der Elsken, opgenomen in de collectie van het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam), van wie het werk niet getoond wordt. En een interessant klinkende collectie als die van de onbekende fotograaf A.D. Schilt, die tijdens WO II een militaire patrouille naar de Tafelberg vastlegde, ook opgenomen in het Nederlands Fotomuseum, was niet beschikbaar want in het proces van digitalisering. Het zou toch een kleine moeite moeten zijn voor de zeldzame gelegenheid van een overzichtswerk als Suriname in beeld enkele foto’s beschikbaar te stellen – zeker als die sowieso al gedigitaliseerd zijn of worden. Jammer dus dat een professionele instelling als het Fotomuseum niet wat toeschietelijker kon zijn. Daar steekt de vrijwillige, niet-aflatende en op het delen van schoonheid en kennis gerichte inspanning van iemand als Haarnack sterk bij af.
Levens achter portretten
Die inspanning blijkt niet alleen uit de verzameling zelf, maar ook uit het speurwerk om de afgebeelde personen te identificeren en hun omstandigheden te reconstrueren. Want dat is een van de grote kwaliteiten van het boek en een gegeven dat ook tijdens de presentatie tot leven kwam: bij veel van de portretten is een verhaal te vertellen – en in dit boek draait het vaak om individuele personen; het eerder verschenen ansichtkaartenboek brengt verschillende aspecten van de omgeving (straten en gebouwen, fabrieken en plantages, scholen, het landschap), en ook anoniem gebleven ‘volkstypen’, nog uitgebreider in beeld. Opvallend daarbij is de positieve toon; benadrukt worden de mogelijkheid tot sociale mobiliteit en het tempo waarmee voormalige slaven en hun nazaten opklommen in de Surinaamse samenleving. Een mooi voorbeeld daarvan is de familie van Haarnack zelf, waarmee het boek begint. Zijn grootvader van moeders kant, Henry Blom, een zwarte jongen wiens ene opa in slavernij was geboren, de andere als contractarbeider uit China was gekomen, zat bij de Militaire Politie, zijn broers werden jurist en psychiater.

Het afgebeelde portret hing voorheen in het Tropenmuseum; Haarnack ontving het negatief en kreeg daarmee een aandenken in handen aan de grootvader die hem in talloze brieven veel geleerd had over Suriname. Een senior in het publiek bij de presentatie wist ontroerend te getuigen dat zij ‘geen moeite hadden met de blanke bestuurders, maar wel moesten juichen!! toen ze die zwarte sergeant aan de parade zagen meedoen’. Zij vonden het vooral belangrijk dat ze als zwarte Surinamers ook kansen kregen, aldus deze heer.

Extra mooi is het als geportretteerden op meerdere foto’s opduiken. Zo zijn er verschillende vrouwen afgebeeld die als kinderverzorgster vele jaren meeliepen in een gezin en daar een dierbaar onderdeel van gingen uitmaken. De officiële portretten die door studio’s van ze zijn gemaakt, kostten destijds een serieus bedrag, wat getuigt van het belang dat er aan hen werd gehecht. Dat gold ook voor Augusta Aljas, toen zij één jaar was gemanumitteerd, op haar vijftigste verjaardag vastgelegd door haar befaamde voornaamgenote, de fotografe Augusta Curiel. De kinderen die Aljas opvoedde, vertrokken op een gegeven moment naar de VS en namen toen kennelijk de foto’s mee. Haarnack trof op een veiling in New York een serie van vier stuks, waarvan ik vooral die in haar huis geweldig en interessant vind, met dat inkijkje in haar inboedel.

Mij fascineren ook de foto’s waarop schrijver en predikant Johannes King (ca. 1830-1898), behorend tot het Marron-volk de Matawai én de Evangelische Broedergemeente, te zien is. Een bijzondere figuur: hij legde onder andere de geschiedenis van de Marrons vast in het Sranan Tongo en stichtte in de jaren 1880 het dorp Kwattahede aan de Saramacca-rivier. Opvallend dat de fotograaf in plaats van meer in te zoomen op het gezelschap ook het collectieve (?) wasrek op de foto heeft gezet. Wellicht om te tonen dat er in het dorp een put was?

Een heel ander beroep had James Marius Becker: hij was vioolleraar. In de jaren 1930 was zijn school zeer populair in Paramaribo. Op de foto hieronder zit hij te midden van zijn leerlingen, onder wie zijn eigen zoon en dochter. De fotograaf is onbekend, we zijn in Paramaribo, circa 1935. Wat de auteurs terecht benadrukten op hun presentatie was het enorme technische voordeel van dergelijke oude foto’s ten opzichte van de latere kiekjes: als je inzoomt is er heel veel detail te herkennen. Dat gebeurt in het boek dan ook, waardoor de kijker een blik krijgt op de fantastische variëteit aan gezichten, van wit via mesties tot diepzwart, al dan niet met Aziatische invloeden. In al deze groepen waren dus mensen die zich vioollessen konden veroorloven en er ook de lol van inzagen.

Het bedrijf
Het boek besteedt ook ruimschoots aandacht aan het fotografisch bedrijf: de historische technieken, de (rondreizende) fotografen en hun eventuele studio’s, het fotograferen als steeds algemener liefhebberij van een groter publiek, de beeldbepalende fotoboeken van Suriname. Belangrijke fotografen als Julius Muller, Théodore van Lelyveld (later als schilder actief in zijn geboorteland Nederlands-Indië) en Eugen Klein komen ieder met een aantal foto’s aan bod en de auteurs verwijzen rijkelijk naar hun voorgangers en dier boeken, voor wie de oeuvres van deze fotografen nader wil bekijken. Daarnaast bevat Suriname in beeld de presentatie van nog/voorheen onbekende of vergeten fotografen, zoals John Oudine, een Amerikaan van Finse afkomst die zowel stereo- als kleurenfoto’s maakte. Dat laatste levert een heel ander, fris beeld op, zoals te zien op onderstaande straatscène: de groenteverkoopster en haar waren knallen eruit.

Dit is vanzelfsprekend maar een persoonlijke greep uit de schatkamer die dit boek bevat. Schaft u het vooral aan, voor uw eigen plezier, om cadeau te geven én om de Stichting Buku-Bibliotheca Surinamica te steunen. Wie belangstelling heeft voor het werk van de stichting en eventueel anderszins wil bijdragen: zie de website. Al blijft dat natuurlijk in de eerste plaats een taak voor de Nederlandse overheid, als die zich werkelijk betrokken wil tonen bij het koloniaal erfgoed.
ESTHER WILS
Suriname in beeld. Fotografie in Suriname 1845–1975, door Carl Haarnack, Eveline Sint Nicolaas, Garrelt Verhoeven, Terra Lannoo, 2025
Groeten uit Paramaribo. Suriname in 500 oude ansichtkaarten, door Carl Haarnack en Garrelt Verhoeven, Terra Lannoo, 2023
Haarnack en Verhoeven bezorgden ook de reusachtige, vertaalde facsimile van het met 100 fraaie steendrukken geïllustreerde Voyage à Surinam van Pierre Jacques Benoît, oorspronkelijk verschenen in 1839-40: Reis naar Suriname. Beschrijving van de Nederlandse bezittingen in Suriname, Terra Lannoo, 2023
Alle foto’s in dit artikel komen uit de collectie Buku-Bibliotheca Surinamica en zijn in het boek Suriname in beeld afgebeeld.
Foto bovenaan: Carl en zus Audrey Haarnack, geflankeerd door hun ouders Rubia Blom en Erich Haarnack, August Amstelveen, Paramaribo 1966