Charley Toorop had een Indische vader

In januari van dit jaar verschenen er toevallig min of meer tegelijkertijd twee nieuwe levensbeschrijvingen van de schilders Toorop, Jan en Charley. Interessant is natuurlijk voor Indisch Anders om na te gaan hoe er in die uitgaven wordt gekeken naar Jans herkomst uit Indië en Aziatische genen, en het al dan niet Indisch karakter van de twee en hun werk. Susan Legêne, die zich eerder in Jan Toorop verdiepte voor De Gids, zal de catalogus bij de tentoonstelling De werelden van Jan Toorop, tot eind mei te zien in museum Singer Laren, binnenkort bespreken. Esther Wils las de dikke biografie van Charley door Wessel Krul en die gaf haar op dit punt te denken.

 

Om met de deur in huis te vallen: in een noot verstopt staat de ongezouten mening die biograaf Wessel Krul, emeritus hoogleraar moderne kunst- en cultuurgeschiedenis van de Rijksuniversiteit Groningen, er in Charley Toorop; Een schildersleven op na houdt met betrekking tot het Indisch gehalte van de schilder Jan Toorop, vader van zijn hoofdpersoon:

‘Pogingen om van Jan Toorop een Indonesische kunstenaar te maken, zoals in Legêne, “Metamorfose. Jan Toorops inburgeringstraject”, schieten hun doel voorbij. Toorop was even veel of weinig “Indonesisch” als andere Indische Nederlanders, zoals Eddy du Perron, Maria Dermout of Beb Vuyk. Zie ook Weststeijn, “De Indische wortels van het Nederlands modernisme”, 7: “Toorops zelfbeeld was een kunstgreep, een marketingsucces in het klimaat dat exotisme verbond met avant-garde.”’

Ja, beste Krul, hier maakt u een vergissing, door Indisch en Indonesisch door elkaar te halen. Wie Legênes artikel goed leest – en iets meer besef heeft van het Indisch milieu van voor de oorlog –, begrijpt dat zij iets veel subtielers op het oog heeft dan Toorop als Indonesiër identificeren. Ze wijst op het bestaan van een transnationale gemeenschap met organische banden tussen Nederland en Indië; een nabijheid die nagenoeg verloren ging na de onafhankelijkheid. Toorop kwam op zijn veertiende naar Nederland en verklaarde zelf dat zijn land van herkomst hem had gevormd; waarom is het zo moeilijk dat simpelweg te geloven? Legêne wijst op de invloeden van batik en wajangfiguren in zijn werk, op het zelfportret ‘met Indische gewaden’. De avant-garde was geïnteresseerd in oosterse kunst, dus ook Toorops tijdgenoten; de vloeiende lijnen van batik pasten feilloos in de Jugendstil en Japanse houtsneden inspireerden velen. Zelfs als Toorop zijn eigen exotiek heeft uitgebuit: hij bezat die gewaden en de andere Indonesische objecten die hij afbeeldde, hij was een opvallende, knappe en charmante donkere man met een schitterende bos zwart haar. Hij deed aan tandakken, hij floot Indonesische wijsjes en zette die op schrift, en hij onderhield speciaal warme banden met anderen die Indië kenden – in de biografie van Charley wordt Arthur van Schendel genoemd, geboren in Batavia, met wie hij graag over ‘Indische toestanden’ sprak.

Jan Toorop, Zelfportret in het atelier met Javaanse gewaden, 1880, olieverf op doek, 45 x 32,5 cm Kunstmuseum Den Haag

Het is evident dat Jan Toorop tijdens zijn lange ontwikkeling als schilder een heleboel meer invloeden onderging en verwerkte; hij was thuis in de Europese kunstwereld en had een bijzonder brede interesse. Dat gold natuurlijk ook sterk voor de intellectueel Du Perron, en ik heb de hedendaagse schrijver Alfred Birney horen klagen dat hij serieus genomen wilde worden als schrijver, niet als Indische schrijver – alsof dat een diskwalificatie zou zijn. Maar het is natuurlijk geen toeval dat beiden vooral beroemd zijn geworden met hun Indische boeken: Het land van herkomst en De tolk van Java zijn beide op hun manier klassiekers geworden. Het gaat om de intieme kennis van die wereld en de diepe indruk die die heeft gemaakt; daar komt de grote zeggingskracht van dat werk mede uit voort.

Je kunt je tegen dat exotische streepje vóór verzetten of erin meegaan; het eerste blijft lastig als je zo zichtbaar anders bent dan de roze medemens, het tweede kan in meerdere opzichten ‘voordelig’ zijn – Toorop had heel wat amourettes, lezen we ook bij Krul, die de tijd neemt om het gemankeerde gezin waarin Charley opgroeide te beschrijven. Bovendien ondervond Toorop ook regelmatig een al dan niet openlijke racistische bejegening; Krul citeert verschillende tijdgenoten die hem op die grond diskwalificeren. Reden te meer – als dat kan – het verschil in je voordeel ‘uit te buiten’, zou ik zeggen.

Charley Toorop, Drie generaties, 1941-1950, olieverf op doek, 200 x 121 cm, Collectie Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam, fotograaf: Studio Tromp

Legêne vermeldt een documentaire van John Fernhout, een van Charley’s zoons, waarin ‘Deze kleinzoon van Jan Toorop expliciet aandacht [besteedde] aan de Indische afkomst van zijn familie.’ Dat had Fernhout niet hoeven doen, maar hij vond het blijkbaar nodig. Hoe jammer dat we uit het boek van Krul niets wijzer worden over de uitwerking die deze afkomst op de latere generaties heeft gehad.

‘Hoezeer Jan Toorop ook voor Indisch doorging, en er vaak mee koketteerde, Charley Toorop heeft nooit belangstelling gehad voor Indonesië. Ze had geen verlangen naar de tropen, hield niet speciaal van Aziatisch eten en heeft geen ogenblik overwogen het geboorteland van haar vader te gaan zien. De enige keer dat ze naar het niet-westerse element in haar afkomst verwees, noemde zij de Chinese, niet de Indische afstamming van Jans moeder: “Vergeet niet dat ik ’n ‘Kelt’ ben en dan nog 1/8 mongools ook nog!”’

De enige keer dat zij er in haar brieven naar verwees, moeten we erbij denken, lijkt me. En wat opvalt is weer de beperkte kijk die Krul heeft op al dan niet Indisch zijn: houden van Aziatisch eten en verlangen naar de tropen. De vraag is ook wat hij verstaat onder de ‘Indische afstamming’ van oma Toorop; zij was van Brits-Indische en Chinese afkomst – haar man, Charley’s opa, was Noors-Javaans, lezen we bij Legêne. Krul heeft er blijkbaar geen voorstelling van hoe gemengd de Indische samenleving en haar bevolking wel was.

Opmerkelijk is dan weer hoe Charley haar vaders sterfbed beschrijft: ‘… al het katholieke was van hem afgevallen, hij was weer helemaal een oosterling; hij zei ik ga niet dood wij gaan verder.’ Krul duidt dat als een toenadering van Charley, die grote moeite had met het katholieke fanatisme van haar ouders (Jan Toorop heeft alsnog de laatste communie ontvangen). Dat is toch interessant: Charley beschouwde zichzelf als een zeer spiritueel mens en legde in haar schilderijen ook een spirituele lading, lezen we in haar biografie. Krul onderkent in deze passage de toenadering tot haar vader zonder de logische gevolgtrekking dat zij dus niet vreemd tegenover zijn ‘oosterse geest’ stond; deze vorm van spiritualiteit beviel haar.

Verderop in de geschiedenis luidt het: ‘Het Indonesië-beleid van de CPN steunde Toorop van harte. Haar afkomst uit een koloniale familie wilde zij zoveel mogelijk vergeten [is dat hetzelfde en waar blijkt dat uit? Noot ontbreekt]. Al in de jaren 1930 onderschreef ze de leuze “Indonesië vrij van Holland”, en nu bekeek ze de Nederlandse militaire acties met oprechte weerzin.’

Daar had zij natuurlijk gelijk in. Charley was net als Jan begaan met arbeiders, boeren, mensen met een hard bestaan, achtergestelden. Ze koos zelfs dezelfde onderwerpen en typen modellen als haar vader om te schilderen. Maar haar politieke bewustzijn was – net als bij hem; hij sympathiseerde met Mussolini – minder sterk dan haar sociale rechtvaardigheidsgevoel; ze bleef het communisme aanhangen toen de keerzijden van het bewind in Rusland allang bekend waren.

Charley Toorop, zelfportret met haar kinderen Annetje, John en Edgar, 1929

Ook bewustzijn van de emotionele noden van haar kinderen was niet erg symmetrisch ontwikkeld; ze heeft zich altijd (te) zeer bekommerd om haar oudste, de latere schilder Edgar Fernhout, terwijl ze haar dochter Annetje aan haar (zo goed als godsdienstwaanzinnige) moeder uitbesteedde. Ze kon geen drie kinderen tegelijk aan, constateerde zij, met aanzienlijke gevolgen. Edgar kon zich met moeite ontworstelen aan de invloed en bemoeienis van zijn moeder, Annetje kon de onverschilligheid niet verkroppen en pleegde uiteindelijk zelfmoord – de tweede zoon, John, heeft er zo te zien het minst last van gehad.

Krul lijkt zich hier niet al te zeer over op te winden. Feitelijkheid is natuurlijk ook essentieel voor een biograaf, maar op het Indische punt maakt hij mijns inziens wel een partijdige indruk. Wil hij Charley behoeden voor een Indisch luchtje, net als Gerard van Wezel indertijd vader Jan (zie eventueel mijn bespreking)?

Charley speelt viool, haar vader staat op de achtergrond, Katwijk, 1903

De biografie gaat natuurlijk over veel meer: Charley begon met de ambitie musicus te worden en stapte pas later over op schilderkunst. Zij had een ingewikkelde persoonlijkheid en probeerde te leven met grote tegenstrijdigheden: het verlangen naar afzondering en concentratie versus een grote sociale behoefte – en een enorme kring van vrienden en bekenden, van wie zij in emotionele en praktische, soms ook financiële zin afhankelijk was. Erotisch licht ontvlambaar, maar ook op zoek naar één enkele man om rust en zekerheid bij te vinden; als zich een kandidaat voordeed achtervolgd door een kinderwens, maar steeds bezig de kinderen die zij kreeg lange periodes onder te brengen (ook de jongens moesten daaraan geloven). Zeer gewend aan een hoge levensstandaard: mooie kleren, hypermoderne designmeubels, vele reizen in binnen- en buitenland, maar ondanks de levenslange steun van pa en een flinke erfenis vaak in geldnood, waardoor ze moest leuren met haar werk, opdrachten moest aannemen en zelfs fysieke relaties aanging met handige contacten.

Jan, Charley en Charley’s moeder Annie Hall

Krul volgt het allemaal op de voet en heeft veel materiaal overhoop gehaald; het notenapparaat telt meer dan 100 pagina’s, het register is enorm en het boek is bijzonder rijk, deels in kleur geïllustreerd – uitgeverij Boom heeft er alles aan gedaan. Hij heeft ongetwijfeld de kennis over Charley Toorops leven een grote stap verder gebracht, maar heeft de Indische steek laten vallen. Terwijl zij een vaderskind was; haar meest geliefde plek op aarde was in haar kindertijd Jans atelier – een toevluchtsoord voor de hevige ruzies tussen haar beide ouders. Hij was ook dol op haar en heeft haar veelvuldig vereeuwigd – blonder dan zij in werkelijkheid was, interessant genoeg. En hij heeft haar geholpen met haar carrière, zoals zij later Edgar hielp om te exposeren.

Jan Toorop, Zelfportret met rode baret, 1881, waterverf op aquarelpapier, 28,8 x 18,5 cm cm, Singer Laren, bruikleen uit particulier bezit

Ben zeer benieuwd naar dat andere boek en de tentoonstelling in Laren. Op de website van het museum luidt het: ‘De werelden van Jan Toorop laat voor het eerst zien hoe Toorop zich zijn hele carrière expliciet en blijvend verhoudt tot zijn Javaanse en Chinese wortels.’

ESTHER WILS

Charley Toorop. Een schildersleven, door Wessel Krul, Boom, 2025

Susan Legêne, ‘Metamorfose; Toorops inburgeringstraject’, in De Gids, 2008/mei, te lezen op de website van de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren.

Suzanne Veldink, De werelden van Jan Toorop, WBooks, 2025

Meer informatie over de tentoonstelling vindt u op de website van het museum Singer Laren.

De hierboven afgebeelde schilderijen komen uit de persmap van het museum, behalve het zelfportret met haar kinderen.

Naschrift: Naar aanleiding van deze recensie zocht biograaf Wessel Krul contact met Esther Wils, en zij nodigde hem uit een reactie te schrijven. Dat werd ‘Jan Toorop in veelvoud’.