Henk Mak van Dijk doet al zo’n twintig jaar onderzoek naar Indische klassieke muziek en zorgde ook in 2025 weer voor een verrassing met twee opnames van composities uit het oeuvre van Paul Seelig. Esther Wils sprak met hem.
Voor degenen die jouw werk nog niet kennen: wat moeten we eigenlijk verstaan onder Indische muziek, het thema waarmee jij de afgelopen twintig jaar bezig bent geweest?
Volgens mij komt die muziek simpelweg voort uit een specifieke ervaring. Kijk, op het moment dat je woont in een land, zoals Paul Seelig, die woonde in Bandung, dan hoef je maar vanaf kind af aan om je heen te kijken en je oor te luisteren te leggen. Om te denken, hé, ik hoor Soendanese taal. O, ik hoor liedjes in het Soendanees. O, ik hoor inheemse muziek van een klein ensemble met fluit en trommels. Ik ga eens een keer naar de vorstenhoven en daar hoor ik een gamelanorkest spelen – en trouwens, ook de komedie Stamboel heeft hij gehoord.
Dan sta je als componist voor de vraag: pak ik dat wel op of pak ik dat niet op? En dan kan je ook nog eens denken van, nee, ik moet het doen zoals het in Europa gaat. Dus ik moet heel traditioneel zijn, ik moet het allemaal ver van me laten, die inheemse muziek, die ook nog eens connotatie heeft van primitief of eentonig of wat dan ook. Seelig dacht daar anders over, net als de andere componisten met wie ik me heb beziggehouden.
Jij hebt als onderzoeker het grote voordeel dat je ook een geschoold pianist bent en de muziek zowel kunt plaatsen als kunt spelen. Je hebt naast de papieren publicaties inmiddels ook al een aantal cd’s gemaakt. Ik wilde hier de twee meest recente opnamen bespreken, beide met werk van componist Paul Seelig. Vond je dat Seelig extra aandacht verdiende?
Het was een oude wens van me zowel zijn arrangementen van de pantun, Maleise liefdesgedichtjes [in 2025 als genre opgenomen op de UNESCO-lijst van immaterieel erfgoed], als het pianoconcert op te nemen. Steun van het Vfonds, aangevuld met een legaat van Clara Seelig en support van het Nederlands Muziek Instituut [hierna NMI], maakte dat ik die wens na vele jaren kon laten uitkomen.
De opname van Paul Seeligs Pianoconcerto in Fis mineur is net verschenen en zowel op Spotify als op YouTube te beluisteren. Het gaat hier om een opname van het concert in de versie voor twee piano’s. Daarvoor heb je twee jonge pianisten aangetrokken, Maarten Boogaard en Duco Burgers; had je niet zelf willen meedoen?
Jazeker, ik heb het concert ook al ingestudeerd. Maar het Vfonds vond het van belang dat de jonge generatie musici ook met Indische muziek in aanraking kwamen. Duco is een oud-pianoleerling van me en vormt een duo met Maarten, die een Indische achtergrond heeft. Maarten vindt de muziek van Seelig top en maakt zich nu ook sterk voor een orkestratie.
In mijn ongeoefende oren klinkt het pianoconcert niet specifiek Indonesisch van invloed, maar ook anderszins ‘Oosters’. En het wordt door luisteraars gekenschetst als ‘a romantic piece’. Hoe zie jij dat?
Ja, dat is heel lastig. Want op het moment dat je iets westers verpakt, namelijk in de traditionele vorm van een pianoconcert met drie delen, dan word je eigenlijk al enigszins misleid door die gedaante, die vorm. Dan denk je: wat stelt dit voor?
In het eerste deel bijvoorbeeld is een traditionele West-Javaanse melodie te horen die Seelig al eerder had gepubliceerd in een bundel Indische pianostukken. Als je die melodie zou spelen met traditionele instrumenten, dan denk je, o, we zijn in Soendaland, West-Java. Maar als je dat op een piano speelt, dan denk je al heel snel, nou, dat is een piano, dat is westers, dus je wordt misleid. Dat is helemaal niet eenduidig. In diezelfde bundel Indische muziek heeft Seelig overigens ook een gamelanthema opgenomen dat wordt gebruikt in het derde deel van het concert.
En wat voor instrumentatie heeft die muziek? Is dat gamelan?
Ja, dat kunnen kleine gamelans zijn. Maar daar werd ook vaak slagwerk gebruikt, percussie-instrumenten. Fluit ook wel, en dat heeft Seelig allemaal kunnen horen. Hij heeft ook een drietal Soendanese liederen, de Tembang Sunda, vastgelegd en bewerkt voor zang en piano, liederen die oorspronkelijk begeleid werden op kacapi, rebab en suling [Soendanese muziekinstrumenten, resp. een citerachtig snaarinstrument, een strijkinstrument en een bamboefluit]. Ze staan op mijn cd Angin Timur; Indische klassieke liederen, met zangeres Renate Arends. We hebben ze vaak uitgevoerd op Indische concerten. Wat de jongere generatie betreft nam de Indonesische sopraan Bernadeta Astari de Tembang op haar repertoire en liet ze horen in een liedrecital in het Concertgebouw in Amsterdam. Maar ook op Java. Zij is op YouTube te beluisteren.
Ik las dus bij de commentaren onder de opname van het pianoconcert dat mensen het romantische muziek noemen, romantisch repertoire. Wat vind je daarvan, van die kenschets?
Nou ja, dat is eigenlijk hetzelfde: op het moment dat je een oosters thema verpakt in een romantisch concept, wordt het snel zo ervaren. Vergeet ook niet dat Seelig een klassieke opleiding heeft gevolgd aan het befaamde Conservatorium van Leipzig, met een grote romantische traditie van de muziek van Mendelssohn en Schumann.
Dus dat klopt dan wel, deze associatie?
Ja, want dat eerste deel begint met een intro – een gamelanintro overigens – en daarna barst de solo piano los in akkoorden die lijken op de pianoconcerten van Schumann en Grieg. Want die beginnen net zo, grote akkoorden en een waterval aan octaven naar beneden. Dat is het romantische concept daarin. Maar ondanks dat gebruikt Seelig dus allerlei oosterse elementen uit de inheemse muziek: gamelanthema’s, specifieke toonladders, en ook Maleise muziek, met trommel-imitaties. ja, dan zit je net zo veel in de oosterse muziek als in de westerse muziek.
Wat staat er nog op je lijstje aan Indische muziek om te vertolken of anderszins onder de aandacht te brengen?
Wil je componisten in beeld brengen, dan is dat is niet zo eenvoudig. De orkestwerken zijn meestal het stiefkind. Wie wil die uitvoeren? Wat kost dat? En wie wil partijen uitschrijven voor een pianoconcert? Tijd en geld! Gelukkig is er nu een opname van het pianoconcert in de versie voor twee piano’s. Dat is honderd jaar na dato beslist uniek, maar ik weet zeker dat het concert nog aan kracht wint met goede orkestratie. En die komt er ook wel, denk ik. Maarten wil zich daar sterk voor maken.
Is die nog niet uitgeschreven, de orkestratie?
Nee, die orkestpartituur is weg. Ik ben heel benieuwd of die ooit nog gevonden zal worden. Seelig had een internationale carrière. Het concert bijvoorbeeld is onder meer uitgevoerd in Wenen en in Amerika. Wellicht wordt de partituur daar ooit ontdekt.

Wat betreft die ontdekkingen: het kan zomaar verkeren. Ik had de opnamen afgerond van de Maleise liefdesliederen van Seelig, samen met Ensemble De Oostenwind [te vinden op Spotify, onder Pantun- Malay Songs, december 2024], toen ik uit nieuwsgierigheid nog even in Delpher ging speuren naar de Seelig-pantun. En verdomd: ik las dat hij in 1935 naar Singapore was gegaan om zijn pantun te dirigeren! Maar voor orkest! Ik kende ze alleen voor zang en piano. Ik denk, potdorie, waarom moet ik dit nu pas lezen? Dus ergens in Singapore zijn misschien wel orkestraties van de pantun te vinden.
Ik vroeg me eigenlijk af: waarom vond je het nodig om er een viool en gamelan bij te halen? Maar Seelig had dus zelf ook een zwaar uitgebreide versie gemaakt ten opzichte van alleen piano en zangstem.
Ik wilde aan de ene kant het gamelanelement in zijn bewerkingen versterken met bonang en slenthem [instrumenten uit de Javaanse gamelan, resp. een met liggende kleine gongs en een metallofoon die op een kleine vibrafoon lijkt], aan de andere kant de krontjongkleur laten uitkomen door het gebruik van de viool. Die combinatie pakte voortreffelijk uit. En blijkbaar voelde Seelig dat ook zo door die orkestbewerkingen van de pantun.
Maar het is natuurlijk heel praktisch om de versie voor zang en piano te doen. Die kan altijd uitgevoerd worden.

Je hebt op Java een huis met een museumzaaltje, gewijd aan de Indische muziek. Vindt je project ook in Indonesië weerklank?
Jazeker! Ik heb bijvoorbeeld afgelopen zomer opgetreden in een schitterend museum gebouwd tegen de helling van de vulkaan Merapi, met maar liefst drie betoverende openluchtmuziekpodia. In dat museum, Ullen Sentalu, staan de vorstenhoven van Java centraal, met name die van Yogyakarta en Solo. De directeur ervan, Pak Daniël, is nieuwsgierig naar alle contacten die die vorsten hadden met buitenlandse kunstenaars, en wat die allemaal bewerkstelligd hebben. Deze man wil heel graag dat ik aan zijn project meewerk en nodigde me uit voor lecture-recitals: we gaan naar Ubud, we gaan naar Malang, we gaan naar Bandung!
In Malang bijvoorbeeld waren ze dolenthousiast over het jazzconcert van Lud van Zele, want dat is hun stad en daar komt Lud vandaan, die is in die stad geboren en heeft dat concert daar in 1931 geschreven.

Maar wat is dan dat verband met de vorstenhoven?
Er is een aantal componisten, zoals Seelig, die contacten hadden met de adel. Seelig is al in 1900 gevraagd als kapelmeester van het Hoforkest van Susuhunan Pakubuwono X, toen ook wel de keizer van Solo genoemd. Hij maakte er kennis met alle soorten inheemse muziek, van gamelan tot krontjong. Hij verzamelde ook gamelanmelodieën. Een deel daarvan is waarschijnlijk voorgespeeld door een rebabspeler die door was Seelig gevraagd. Dat heeft hij keurig in een boekje opgeschreven, zo’n tweehonderd gamelanmelodieën.
Zijn die melodieën ook op andere manier vastgelegd? Of is Seelig eigenlijk, net zoals een aantal ontdekkingsreizigers, biologen en archeologen, iemand die zich met zijn werk ook van bijzonder nut heeft gemaakt voor de Indonesiërs, zal ik maar zeggen?
Jazeker. Bekende etnomusicologen in Indië waren Jaap Kunst, die zelfs even gouvernementsmusicoloog werd, en ook Johann Sebastian Brandts Buys, beiden met een enorme passie voor de inheemse muziek. Er waren er meer: Walter Spies bijvoorbeeld, ooit kapelmeester van het hoforkest in Yogya, en ook een componiste als Linda Bandara bewoog zich op dit terrein.
En de Indonesiërs zelf?
Ook, maar daar heb ik minder zicht op. Keer op keer blijkt dat deze onderzoekers geholpen werden door Indonesische experts op het gebied van de kunsten: meesters in gamelanspel, dans, wajang. Bekendste naam uit Yogya voor de oorlog is geweest Raden Mas Djojodipoero. Ik ben in zijn paleis geweest, midden in de stad.
Jij vertelde laatst dat er iemand was die allerlei opnames van traditionele muziek had ‘teruggegeven’, zogenaamd. Toen vroeg ik me af: die hadden die mensen dus niet kunnen hebben als deze Europeaan die muziek niet had opgenomen. We hebben het natuurlijk altijd over de Europeaan die de Indonesiërs iets ontroofd heeft, maar dat is niet het hele verhaal.
De Amsterdamse musicologe Barbara Titus houdt zich daar al geruime tijd mee bezig. Het gaat hierbij om de collectie Jaap Kunst. Die lag voorheen veronachtzaamd op de Universiteit van Amsterdam, in een kopieerruimte. Ik ben er in de jaren negentig een keer geweest. Die collectie zat in twee grote archiefkasten, duizenden brieven, maar daar werd niks mee gedaan.
Wat naargeestig. Maar daar zijn ze dus nu mee bezig?
Nou ja, uiteindelijk is de situatie omgedraaid. Nu zijn al die brieven verhuisd naar de collectie bijzondere handschriften van de UvA en mag je ze alleen maar met witte handschoentjes aanvatten en lezen. En Barbara is een indrukwekkend onderzoek begonnen, met onder meer digitalisering van alle opnamen in het veld verricht door Kunst.
Het is eigenlijk net als de collectie van NMI, die door jou min of meer is blootgelegd, wat de Indische muziek betreft. Dat is ook in de jaren negentig geweest, dat jij daarmee begon, toch?
Met de Indische muziek, ja. Die lag er maar te liggen in het archief. Kijk, het is heel eenvoudig: op het moment dat je erover schrijft, komt het naar voren, en dan kom je ook op internet, maar als je er niet over schrijft bestaat het niet.
De Indische collectie is trouwens nu bijna geheel gedigitaliseerd.
Dat was nog een van mijn vragen: heeft het NMI daar nog iets mee gedaan?
Ja, dat was een groot project van het NMI, zeer uitgebreid: van Brandts Buys bijvoorbeeld hebben ze zelfs elke veldwerkaantekening in een notitieblokje gedigitaliseerd, allemaal heel minutieus.
Kunnen mensen daar nu dan ook aan de bladmuziek komen?
Die kun je er inmiddels wel vinden via de website van het NMI. Ik lever je een link naar de informatie hierover.
Als het gaat om jouw wensen op dit gebied, is er iets waarvan je denkt: dat moet echt nog gebeuren?
Nou, ik vind het geruststellend dat alles wat de Indische muziek betreft nog steeds doorloopt. Nu ook weer via dat contact in Indonesië, dat zo’n man als Pak Daniël het waardeert en dat die muziek weer naar voren komt.
Jij vroeg nog naar die contacten met de vorsten. Componiste Linda Bandara is naar prins Paku Alam VII gegaan om er de gamelanmuziek te bestuderen en vast te leggen. Ze heeft mooie transcripties gemaakt voor twee piano’s, zeker met hulp van de al genoemde Djojodipoero. Ook Walter Spies deed met dit onderzoek mee. Het gaat hier om een vorstendom, niet ver van het paleis van de sultan van Yogya vandaan. Daar ga ik waarschijnlijk weer naartoe om onderzoek te doen, waarschijnlijk naar de privébibliotheek. Dat kan doordat de directeur van museum Ullen Sentalu zelf van adel is en daarom toegang heeft tot andere adel. Er zijn openbare bibliotheken in de vorstendommen, maar ook privébibliotheken en daar moet ik zijn.
Spannend! Ga je daar binnenkort naartoe?
Ja, en ik hoop op wat ontdekkingen. Ik hoop op foto’s van het symfonieorkest van de Susuhunan van Solo, dat Paul Seelig voor lange tijd gedirigeerd heeft. Tot nu toe zijn die foto’s onvindbaar. Dat orkest – dat zeker een twintigtal jaar heeft bestaan – speelde westers klassiek repertoire en had heel goede spelers, dat weet ik toevallig, uit de kranten. Die werden vergeleken met spelers uit het Concertgebouworkest. Hartstikke goed, en dat waren allemaal Javanen…
Maar ik hoop ook op de foto’s van Linda Bandara aan het hof van prins Paku Alam. Ik denk dat die er zijn en dat die in die privébibliotheek zitten.
Dat vind ik leuk, nieuwe ontdekkingen. En daar is dus zicht op omdat ik nu een toegang heb tot andere archieven, die normaal voor westerlingen gesloten blijven. Pak Daniël zei tegen mij: er komen zoveel onderzoekers en die willen alleen maar stelen. Dat is hun idee: die némen, niet letterlijk stelen, maar die pakken de informatie en dan hoor je er niks meer van. Ze zijn helemaal niet scheutig meer met medewerking. Tenminste daar aan die vorstenhoven. Maar ik ben benieuwd.
Ja, het is berucht lastig om in Indonesische archieven terecht te kunnen, maar als je zo’n sleutelfiguur hebt die jou ziet zitten…
Daar gaat het om, ja. Dat helpt natuurlijk enorm.
Een van mijn grote trofeeën vond ik in die openbare bibliotheek van de Paku Alam. Ik was destijds voor mijn eerste onderzoek ook op jacht naar foto’s van Linda Bandara en daar zeiden ze: nee, we hebben niks, en toen zei ik: goh – ik zag daar zo’n stoffig kamertje, ik dacht: daar moet ik natuurlijk zijn –, mag ik even rondkijken? Dat was een rare vraag, eigenlijk, maar dat vonden ze wel goed. En van dat ene stoffige kamertje ging ik nog naar een ander stoffig kamertje. Het was net alsof ik geleid werd, het leek wel goena-goena. Ik zie dan opeens: dit koffertje moet het zijn. Er zaten allemaal ansichtkaarten in. En je gelooft het niet, maar de laatste was een foto uit Wenen van Linda Bandara met familie, gestuurd aan de Paku Alam in 1922. Dat was het moment dat zij daar haar concert had, in de beroemde Gouden Zaal van de Musikverein.
Ik heb een prachtig lied van haar uitgevoerd, met Renate Arends, ‘An Java’ heet het, gevat in gamelanklanken, en het gaat over de enorme heimwee naar Java die zij voelde toen ze eenmaal voorgoed in Wenen woonde. Vanwege die prachtige samenklanken heb ik het bewerkt voor twee piano’s en uitgevoerd in het Concertgebouw, met de Cubaanse pianist Gustavo Coralles Romero, in een West-Indië/Oost-Indië programma.

We hadden het nog over jouw wensen.
Waar ik naar uitzie, is hernieuwde samenwerking met twee Indonesische musici die ik afgelopen zomer heb ontmoet, zangeres Achie en violist Eko Balung. Ze waren allebei heel prettig om mee samen te werken. Eko heeft ooit als violist gewerkt in de beroemde rockgroep van Iwan Fals, net zoiets als de Golden Earring in Nederland. Die twee waren zeer geïnteresseerd in de pantun en hebben ze dus ook met mij uitgevoerd, op een prachtig openluchtpodium van het museum. En Pak Daniël zei: jullie werken goed samen. Dus ik kan straks met dit clubje, de zangeres, de violist en ik, naar Ubud, naar Bandung, enzovoort.
Hartstikke leuk.
En bijzonder. Dat sijpelt dan wel door, denk ik.
Wat ik ook leuk vind, is dat de jongere generatie hier er ook mee bezig is, want we hebben Tobias Borsboom en Bernadeta Astari, die beiden Indische muziek uitvoeren. Die hebben hun eigen publiek natuurlijk, en Bernadeta heeft naamsbekendheid, ook in Indonesië. En Tobias heeft de Java Suite opgenomen. Nou ja, die is wel een gecomponeerd door een Amerikaans-Poolse componist, Godowski, maar toch… die is bij Paul Seelig geweest in 1924. Hij heeft een paar melodieën gebruikt van Seelig, dus originele melodieën, verwerkt in Javaanse liedjes. Dus dat is ook weer een bijzondere connectie.
Men kan boeken kopen die jij hebt geschreven en op internet van alles zien en beluisteren aan Indische muziek. Als mensen bij jou een cd willen bestellen of je persoonlijk willen engageren om een optreden of een lezing te geven, kan dat dan?
Ja, dat is prima. Ik ben te bereiken via makvandijk@hotmail.com.
HENK MAK VAN DIJK & ESTHER WILS
Alle nog leverbare publicaties van Henk Mak van Dijk over Indische muziek zijn bij elke (web)boekhandel te bestellen. De oostenwind waait naar het westen en Tropenjazz zijn alleen nog antiquarisch te verkrijgen.

