Hoe het begon

Voor Indisch Anders aan een nieuwe jaargang begint, staat redacteur Siem Boon stil bij drie personen die aan het eind van 2025 zijn overleden: Ellen Derksen, Yvonne Keuls en Peter van Zonneveld.

Peter van Zonneveld voor een projectie van de omslag van 'Album van de Indische poëzie' op de Tong Tong Fair, foto uit 2014 door Henriette Guest
Peter van Zonneveld tijdens een lezing op de 56e Tong Tong Fair in Den Haag in 2014 (foto Henriette Guest)

Op 20 november overleed Peter van Zonneveld, die in 1985 initiatiefnemer en tot 2022 voorzitter was van de Werkgroep Indische Letteren. Wie de afgelopen decennia belangstelling had voor Indische schrijvers en geschriften zal hem beslist zijn tegengekomen, op papier of in levenden lijve. Ik herinner me o.a. de serie gastcolleges van Hella Haasse aan de Universiteit Leiden in 1992, die hij organiseerde, en waarin hij haar op het podium vergezelde en heel galant met korte vragen en opmerkingen ondersteunde. Ook herinner ik me de bewonderenswaardige manier waarop hij aan het eind van een lezingenmiddag van de Werkgroep uit zijn hoofd de bijdragen kon samenvatten, met elkaar verbinden en hier en daar met een bijzonder feitje of verwijzing kon aanvullen. In de loop der jaren heeft Peter van Zonneveld op diverse manieren meegewerkt aan het programma van het Tong Tong Festival, en hij heeft ook enkele bijdragen geleverd aan Indisch Anders, waarvan er een op deze blog staat.

Yvonne Keuls in 2015 op de Tong Tong Fair (foto Serge Ligtenberg)

Op 16 november overleed Yvonne Keuls, een gebeurtenis die de journaals haalde, want zij was een Bekende Nederlander geworden. Niet alleen met haar evocaties van haar Indische moeder en tantes, maar vooral met activistische toneelstukken en boeken over maatschappelijke misstanden. Eigenlijk maakte zij pas relatief laat in haar lange carrière haar entree in de wereld van de Indische letteren. In de krantenkolommen van Indisch Anders stond zij vnl. in de aankondigingen van letteren-programma’s op het Tong Tong Festival, want zij trad – na die entree – vrijwel jaarlijks op met voorlezingen, soms samen met anderen, zoals Mevrouw mijn Moeder met Willem Nijholt en later ook met Coen Pronk. In 2012 koos ze de Tong Tong Fair uit als locatie voor de feestelijke uitreiking van de tweejaarlijkse Cultuurprijs van de Gemeente Den Haag. Bij die gelegenheid werd zij ook heel amusant geïnterviewd door Edy Seriese, van wie op deze blog een bespreking is te lezen van Mevrouw mijn Moeder.

Ellen Derksen, portret uit 2005 door Serge Ligtenberg
Ellen Derksen in 2005 (foto Serge Ligtenberg)

Op 17 november overleed Ellen Derksen, mijn formidabele moeder, die decennialang de drijvende kracht was achter de Pasar Malam Besar/Tong Tong Fair. Het creëren van een plek waar Indische mensen ‘heel’ konden zijn, en niet half-half (zij was opgeleid en werkzaam als psycholoog en psychotherapeut), was haar grootste ambitie, en het programma van het Tong Tong Festival speelde daarin een belangrijke rol. Zij begon haar ‘Indische carrière’ bij Indisch Tijdschrift Tong-Tong; hoofdredacteur Tjalie Robinson werd haar schoonvader. Ellen was een trouwe bezoeker van de lezingenmiddagen van Werkgroep Indische Letteren, en een groot liefhebber van ‘drukwerk’, zoals zij het samenvatte: kranten, tijdschriften, boeken. Al haar Indische activiteiten werden ook bij voorkeur vergezeld van een ‘drukwerk’, bijvoorbeeld een boekeditie van een tentoonstelling (zoals Wonen in Indië), en een beurscatalogus bij de Pasar Malam (Boekoe Pienter, door haar bedacht en nog heel lang haar ‘kindje’) – en zéker ook Indisch Anders, een uitgave van Stichting Tong Tong waar zij heel gelukkig mee was. Wij herplaatsen hier ‘Hoe het begon’: enkele herinneringen die Ellen Derksen in 1998 noteerde voor Met andere ogen; Dertig vrienden over de fotoboeken van Rob Nieuwenhuys.

SIEM BOON

Maria Dermoût aan de ontbijttafel in Pati, Indië
Maria Dermoût aan de ontbijttafel

Hoe het begon

Een oud familieverhaal, bij welke generatie gaat men beginnen?

Altijd weer kinderen die opgroeien, kinderen van een man en een vrouw die op hun beurt kinderen waren van een man en een vrouw, van geslacht op geslacht.

Wie heeft hen gekend, wie weet nog van hen?

Soms zijn er paperassen: familiepapieren, een dagboek, de namen althans staan wel voor in een familiebijbel ingeschreven, in een kerkregister, een adellijk register, alleen in de Burgerlijke Stand, maar die was er toen nog zo lang niet.

Er blijven wel eens verhalen in omloop, overgebracht van de een op de ander, hardop of gefluisterd, een tijdlang onthouden, dan niet meer… vergeten.

Toch moeten wij ergens beginnen.

(Uit: Donker van uiterlijk, Maria Dermoûts laatste boek.)

Op 6 juni 1907, kort voor haar negentiende verjaardag, trouwde Maria met mr. I.j. Dermoût en vertrok met hem voor twee jaar naar Pati. Op de foto, een tegenlichtopname, zit zij in gedachten verzonken. Naast haar bord staat niet alleen een Hollands glas melk, maar ook een Indische vingerkom. Een vingerkom bij het ontbijt? Waarom niet. Er staat immers ook een schaal – zo’n mooie hoge op een poot –met fruit op tafel. Makkelijk toch: even je plakkerige vingertoppen in dat kommetje water schoonwrijven. Waar peinsde Maria over? Was ze al in  verwachting van haar eerste kindje? Verveelde ze zich misschien? Neen, vast niet. Ze las immers zoveel. En ze schreef ook al. Wat jong eigenlijk, om op je negentiende al ‘mevrouw’ te zijn.

*

Toen ik negentien was, reisde ik naar KarachI om er met mijn verloofde te trouwen, die zich een halfjaar daarvoor had laten uitzenden naar Afghanistan. Dat was in 1956. Had ik toen al met Maria Dermoût ‘kennisgemaakt’? Ja en neen. Mijn aanstaande echtgenoot vroeg mij voor de Nederlandse honorair consul en zijn vrouw boeken te kopen. Wat een moeilijke opdracht! Voor mensen die je niet kent een ‘goed boek’ kopen. Ik spoedde mij naar Mensingh & Visser aan de Kneuterdijk in Den Haag. Een buitengewoon vriendelijke dame (het type verkoopster dat je nu nauwelijks meer tegenkomt) adviseerde mij voor mevrouw de consul De tienduizend dingen aan te schaffen. Voor het eerst hield ik toen een boek van Maria Dermoût in mijn handen en ik maakte niet lang daarna in Kabul met ‘mijn’ keuze grote indruk op het consulsechtpaar. Toen mevrouw de consul het boek uit had, wilde zij dat ik het ook zou lezen. Ik vond het toen een ‘moeilijk’ boek, of, beter gezegd, ik voelde wel aan dat veel mij ontging.

*

Terug in Nederland leerde ik in 1958 Tjalie Robinson kennen. Hij vroeg meteen of ik bij Tong Tong wilde komen helpen. Eerst was ik vrijwilliger. Later, na mijn scheiding, werd ik redactielid en raakte steeds meer betrokken bij alle activiteiten van Tong Tong. Via Tjalie ontmoette ik Indische schrijvers in levenden lijve. Rob Nieuwenhuys kwam heel vaak langs. En dan hoorde ik Tjalie en Rob praten over weer andere schrijvers. Uit de manier waarop ze dat deden kon je opmaken of er veel of weinig waardering was, soms ook bewondering, zoals bijvoorbeeld voor Du Perron, aan wie Rob de Oost-Indische Spiegel zou opdragen. En ja, toen, hoe kon het ook anders, hoorde ik weer de naam Maria Dermoût. Zij woonde in Noordwijk aan Zee. Tjalie zocht haar vaak op en een enkele keer is zij bij Tong Tong geweest. Ik herinner mij een gedistingeerde Indische dame; ik ben nog aan haar voorgesteld.

Ik herinner mij ook een ochtend of een middag dat ik op de Prins Mauritslaan op weg naar nummer 36 Tjalie tegenkwam. Hij zei: ‘Maria Dermoût is overleden.’ Dat moet dus eind juni 1961 zijn geweest. Ik had toen al haar boeken gelezen, te beginnen met Nog pas gisteren, op dat  moment mijn lievelingsboek. Met die prachtige slotzin: ‘Zij moest tijd hebben om het alles te verliezen.’ Volgens de Javanen is daar een ‘windoe’, acht jaren, voor nodig.

In 1966 (Tjalie verbleef al enige jaren in Californië, ik was met zijn oudste zoon Rogier getrouwd en onze dochter was bijna twee jaar) besloot de redactie van Tong Tong ter gelegenheid van de tiende jaargang van het tijdschrift op de eerste etage een tentoonstelling in te richten met de titel ‘Een eeuw Indisch-Nederlandse letterkunde’. Er werden handschriften, (jeugd)foto’s en boeken getoond van onder meer: Multatuli, Walraven, Daum, Bas Veth, Du Perron, Maria Dermoût, Beb Vuyk, Johan Fabricius, Tjalie Robinson, Lin Scholte en, toen een van de jongsten, F. Springer, ‘de laatste schrijvende bestuursambtenaar’. Het meest fascinerend vond ik de handschriften. Al die correcties, doorhalingen, tussenvoegingen. Al dat moeizame werk voordat je een boek als De tienduizend dingen in je handen kon houden.

Als E. Breton de Nijs, en als samensteller van de tentoonstelling, verrichtte Rob Nieuwenhuys op zaterdag 26 februari de officiële opening. Ik mocht Rob inleiden. Het was veel drukker dan we verwacht hadden. Een verslag van die middag in de Tong Tong van 15 maart spreekt van: ‘Een kleine honderd waren er, kandjengs besar en kandjengs ketjil, schrijvers, journalisten en radiomensen, fotografen.’ Een journalist noemde Rob de ‘Administrateur der Indisch-Nederlandse letterkunde’, een kwaliteit die hij zelf ontkende, omdat hij in welke administratieve functie ook ‘er nooit een flódder van terechtbracht’. Rob voelde zich meer de ‘gantian’ van Tjalie, vooral als hij iets voor Tong Tong deed.

Intussen is Rob al járen en járen de nestor van de Indische letteren, is de dochter van twee nu hoofdredacteur van de Pasarkrant, en ben ik directeur van de Pasar Malam Besar, waar we – met hulp van het Letterkundig Museum – nog vele tentoonstellingen aan Indische schrijvers hebben gewijd. De meest omvangrijke was een drieluik over Maria, Tjalie en Rob, in 1984.

Maar op deze mooie foto zit Maria Dermoût nog aan de ontbijttafel en moet het allemaal nog beginnen.

ELLEN DERKSEN

Overgenomen uit Met andere ogen; Dertig vrienden over de fotoboeken van Rob Nieuwenhuys (1998), samengesteld door Bert Paasman, Hans Teeuw, Gerard Termorshuizen en Peter van Zonneveld, uitg. Querido

Kandjengs besar en kandjengs ketjil: hoeden en petten, dames en heren van hoog tot laag

gantian: vervanger

De pdf’s van de vroege papieren edities van Indisch Anders zijn te downloaden op deze site. In de editie van 2012 zijn Keuls en Van Zonneveld allebei terug te vinden, in respectievelijk een interview en een column.

De foto van Maria Dermoût is overgenomen van Maria Dermoût 1888-1962, de website die door haar kleindochter Maria de Bruyn Ouboter is samengesteld.