Voordat Maurits Ver Huell carrière maakte in Nederlands-Indië, raakte hij gestrand in het door de Portugezen gekoloniseerde Brazilië. Het gefictionaliseerde verslag dat hij daarvan schreef, is gepubliceerd in een studie van Hans Straver. Siegfried Huigen las die voor Indisch Anders.

De marineofficier Maurits (Quirijn Maurits Rudolph) Ver Huell (1787–1860) verwierf zijn bekendheid met Herinneringen van eene reis naar de Oost-Indiën (1835-1836), waarin hij onder meer zijn rol bij het neerslaan van de Pattimura-opstand op Saparua in 1817 beschreef. Als veelzijdig dilettant liet hij bovendien zijn sporen na als natuuronderzoeker en vooral als illustrator van wetenschappelijke werken op het gebied van plantkunde, zoölogie en entomologie, met name de vlinderkunde.
Aan het begin van zijn maritieme loopbaan werd Ver Huell tijdens de regeerperiode van Lodewijk Napoleon in 1807 geplaatst op de brik de Vlieg. Het scheepje had aanvankelijk gouverneur-generaal Daendels naar Java moeten vervoeren, maar vertrok uiteindelijk met enkele officieren en correspondentie voor Batavia. Bij een poging te ontsnappen aan een Brits eskader verloor het schip op de Atlantische Oceaan zijn masten en zag het zich gedwongen de Braziliaanse Allerheiligenbaai (Baía de Todos os Santos) bij Salvador da Bahia binnen te lopen. Toen de Vlieg na voltooiing van de herstelwerkzaamheden wilde uitvaren, werd ze onderschept door een gecombineerd Brits-Portugees eskader. De bemanning werd hierna in relatief comfortabele omstandigheden in Salvador da Bahia geïnterneerd. Gedurende zijn gedwongen verblijf kon Ver Huell vrijelijk rondlopen en ontving hij zelfs een bescheiden toelage van de Braziliaanse overheid. In 1809 kon hij na een verblijf van bijna drie jaar in Salvador op een Engels schip naar huis terugkeren. Later beschreef hij deze belevenissen in Myn eerste zeereize (1842).
‘Episode uit eene driejarige krijgsgevangenschap’
De Braziliaanse herinneringen van Maurits Ver Huell van Hans Straver laat zich lezen als een aanvulling op Myn eerste zeereize. Stravers boek zou getypeerd kunnen worden als een contextualiserende biografische studie van Maurits Ver Huell, waarin zijn driejarige verblijf in Brazilië wordt geanalyseerd als een beslissende, door hemzelf geromantiseerde vormingsperiode. De spil van het boek is een editie van ‘Episode uit eene driejarige krijgsgevangenschap’ (p. 9-30 van de in totaal 110 bladzijden) waarvan het manuscript in het Gelders Archief wordt bewaard en waarin Ver Huell een gedeeltelijk gefictionaliseerd beeld geeft van zijn tijd in Salvador da Bahia. De overige twaalf hoofdstukken bestaan uit allerhande achtergrondinformatie die Straver heeft bijeengebracht. Anders dan de titel suggereert, is Stravers boek daarom geen editie van een omvangrijke autobiografische tekst van Ver Huell. Op de ‘Episode uit eene driejarige krijgsgevangenschap’ na bestaat het werk vooral uit een reeks korte biografische studies die grotendeels betrekking hebben op Ver Huells verblijf in Brazilië.
De ‘Episode uit eene driejarige krijgsgevangenschap’ is niet eerder gepubliceerd, maar werd in 1837 voorgedragen voor de Rotterdamse afdeling van de Hollandsche Maatschappij van Fraaije Kunsten en Wetenschappen, op een moment dat Ver Huell zijn zeevaartloopbaan al achter zich had gelaten en werkzaam was als onder-equipagemeester van de Rotterdamse marinewerf. Bij bijeenkomsten van dit genootschap was het gebruikelijk dat sprekers eigen werk ten gehore brachten. Ver Huells ‘Episode’ moet een indruk geven van zijn tijd in Salvador, maar is sterk aangedikt met een verzonnen liefdesintrige: een romance met de Portugees-creoolse Narinha, die leidt tot dreigementen van haar moordzuchtige broer Don Antonio.
Naast een schets van Ver Huells dagelijks leven in Salvador bevat de tekst ook een etnografie van de Portugees-creoolse elite, die hij omschrijft als ‘een wreedaardig, dom en bijgelovig volk’. Don Antonio krijgt in zijn verhaal overigens zijn verdiende loon, al vindt Ver Huell de wijze waarop de executie wordt uitgevoerd stuitend:
‘Ik kon mij niet weerhouden om deze strafoefening bij te wonen, welke op de plaats zelven waar de moord gepleegd was, zoude ten uitvoer gebracht worden. Reeds des morgens zeer vroeg wierd op de Place de St. Francisco, bijna voor het klooster van dien naam, eene lange paal met eene ijzeren pin, waarop het hoofd van den misdadiger zoude gezet worden, opgericht. In mijne groote montering [parade-uniform] zijnde, had ik kans van in de kring toegelaten te zullen worden waarmede het garnizoen het gehele plein afzette. De paal stond juist voor de opening van een straat, om de kogels, welke de moordenaar treffen moesten, eene vrije vlucht te geven.
[…]
Gaarne had ik mij verwijderd om geen getuige meer te zijn van zulk een afzigtelijk tooneel, doch ik zag er geene kans toe. Ik wenschte hartelijk naar den gelukkigen kogel die er een einde aan moest maken. De plegtigheid, die een goed half uur duurde, was afgelopen toen ik bij eene derde décharge [ontlading] het hoofd tegen de paal zag slaan. Eenen kogel had het doorboord (p. 27-28).’
De twaalf hoofdstukken van De Braziliaanse herinneringen van Maurits Ver Huell die op de ‘Episode’ volgen, bieden thematisch geordende achtergrondinformatie. Straver beschrijft daarin onder meer hoe Ver Huell in Salvador belandde, met wie en hoe hij zijn tijd doorbracht — onder andere met natuuronderzoek — en hoe zijn loopbaan zich na zijn vertrek in 1809 verder ontwikkelde. Uit deze hoofdstukken wordt impliciet duidelijk dat de in de ‘Episode’ beschreven belevenissen ondanks de fictionalisering toch in een belangrijke mate een feitelijke basis hadden.

Een gemis aan Stravers boek is het ontbreken van een adequate inleiding bij de ‘Episode’. Die wordt nu voorafgegaan door een kort ‘Woord vooraf’ waarin slechts een paar regels aan de tekst worden gewijd, waarna al gauw de dankbetuigingen volgen. Daardoor moet de lezer zelf de opzet van het boek zien te ontdekken.
SIEGFRIED HUIGEN
De Braziliaanse herinneringen van Maurits Ver Huell, door Hans Straver, uitgeverij Verloren, 2025