Met Zwarte pracht; Cultuur uit de voormalige Nederlandse koloniën voegt Michiel van Kempen, emeritus-hoogleraar Nederlands-Caraïbische Letteren, een zeer persoonlijk werk toe aan zijn uitgebreide oeuvre van romans, verhalen, essays, reisverslagen, scenario’s, gedichten en een groot aantal bloemlezingen. Volgens Kees Broere schrijft Van Kempen met de autoriteit die hem als deskundige toekomt, maar ook met “oprechte bewondering voor de kunstenaars, met genegenheid en verwondering”.
Na één termijn als president van Zuid-Afrika vond Nelson Mandela het welletjes. Hij was natuurlijk ook al behoorlijk op leeftijd; ieder gunde hem zijn pensioen. Maar behalve oud was Madiba uiteraard ook razend populair, overal ter wereld. Hij kreeg het drukker dan ooit, – tot het hem echt genoeg was. ‘I have now retired from retirement,’ liet hij glimlachend weten. Michiel van Kempen is natuurlijk geen Mandela. Maar ook deze oud-hoogleraar Nederlands-Caraïbische letteren, die vorig jaar officieel met emeritaat ging, is een nog altijd zeer bezige bij. En wij mogen ons daar gelukkig om prijzen, zo blijkt nu bijvoorbeeld weer uit Zwarte pracht, een boek (en expositie!) met ‘cultuur uit de voormalige Nederlandse koloniën’.

Cultureel snoepgoed
Toen ik mijn Papiaments voldoende vond om niet al te verlegen mijn mond open te doen, begon ik het Curaçaose vrienden te vertellen: Mi ta biba den bario di kos dushi – ik woon in de snoepgoedbuurt. Dat zit zo. De straat waarin ik tussen 2017 en 2024 woonde, heet Kaya Panseiku, genoemd naar een originele Antilliaanse lekkernij die mij vooral deed denken aan een gesuikerd pindarotsje. De straat schuin tegenover de mijne heet de Kaya Tutti Frutti, verbonden met de Kaya Tèrt, die weer uitkomt op de Kaya Konfijt, en zo verder. En o ja, laat ons daar de Kaya Pepermunt zeker niet vergeten.
Een heuse tropische snoepgoedbuurt dus. Ik moest er deze behoorlijk frisse Nederlandse winter aan denken, toen ik zat te lezen in het nieuwste boek van Michiel van Kempen, Zwarte pracht. Het lijvige, fraai uitgegeven werk staat bol van afbeeldingen van beeldende kunst uit met name Suriname, Nederland en de Caribische eilanden van het Nederlands koninkrijk. Daarnaast staan zo’n 70 teksten van Van Kempen, die soms over een afgebeeld kunstwerk gaan, vaak over literatuur, en een enkele keer over een geheel ander onderwerp. Dat alles samen vormt een volle zak overheerlijk cultureel snoepgoed.
Persoonlijke band
Alle afgebeelde kunstwerken zijn door Michiel van Kempen in de loop van bijna een halve eeuw persoonlijk aangeschaft. Een aantal ervan is zelfs in zijn opdracht gemaakt. Tezamen geven zij een beeld van vooral Surinaamse en Caribische moderne kunst, in vele disciplines. Ook ‘Nederlandse’ kunst hoort hierbij, zoals van de Nederlandse schilderes Nola Hatterman die lange tijd in Suriname woonde, maar vooral van Surinaamse en Caribische kunstenaars die in de loop van hun leven zijn verhuisd naar Nederland, het land dus van de vroegere koloniale heersers.

Met veel van de kunstenaars heeft Michiel van Kempen in de loop der jaren ook een persoonlijke band gekregen, zoals met de Javaans-Surinaamse Nederlander Robert Bosari, van wie de nodige werken in Zwarte pracht zijn opgenomen. Iets vergelijkbaars geldt voor Surinaamse en Curaçaose schrijvers wier werk we in Nederland juist zijn gaan kennen dankzij het pionierende werk van mensen als Van Kempen, maar bijvoorbeeld ook Wim Rutgers, Franc Knipscheer van uitgeverij Indeknipscheer, en de helaas onlangs overleden Carl Haarnack, de oprichter van de indrukwekkende Buku Bibliotheca Surinamica.
Michiel van Kempen woonde een aantal jaren in Suriname, is er altijd blijven komen, en heeft ook de Caribische rijksdelen vaak bezocht. Het heeft geleid tot bloemlezingen, haast ontelbaar vele artikelen, en gezaghebbende boeken zoals zijn biografie van de Surinaamse auteur Albert Helman en de uitvoerige Geschiedenis van de Surinaamse literatuur uit 2003. Met Zwarte pracht voegt de voormalige bijzonder hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam een zeer persoonlijk werk toe aan alle eerdere ernstige uitgaven.

De stijl van Zwarte pracht is vintage Van Kempen. Hij schrijft met de autoriteit die hem als deskundige toekomt, maar ook met oprechte bewondering voor de kunstenaars, met genegenheid en verwondering over die zo bijzondere landen en plekken waarvan zij afstammen, en met teder sarcasme, onbedwingbare ironie en humor.
Een van de vele mogelijke voorbeelden hiervan levert het hoofdstuk over Sint Eustatius, ‘Hoe een eiland rees naar het wereldtoneel en weer verdween’. Ooit was The Golden Rock een machtige speler op het nog piepjonge wereldtoneel; in Van Kempens tijd heeft hij te maken met een student op het eiland die moeite heeft zijn colleges online te volgen: ‘We hebben geen verbinding, het waait te hard.’ Ook verdient Van Kempens idee voor een watapana, een jaarlijkse ‘massale uitlachsessie als opening van een verbroederingsfeest van Caraïbische eilandbewoners, Surinamers en Nederland’ nadere uitwerking.
Een heel enkele keer is de aaneenrijging van feiten, anekdotes, namen en weetjes iets te veel voor de argeloze lezer. Soms ook is de informatie in een hoofdstuk wat vlak en algemeen, zoals in het stuk over Haïti. (Daar staat tegenover dat het stuk is ingegeven door een tamelijk klein, maar schitterend schilderij zonder titel of jaartal van J.A. Bellard.) Maar vooral toch is sprake, in woorden van Michiel van Kempen zelf, van ‘een amalgaam van culturen en stijlen’ en ‘het samengaan van veel wat traditioneel tegenstrijdig lijkt’.

De kleur zwart, zo schrijft hij terecht, ‘is zo ongelooflijk gelaagd en complex.’ En wat voor de kleur geldt, geldt uiteraard ook voor de mensen die zich met deze kleur als ‘zwarten’ benoemen. Gelaagd, complex, maar soms ook briljant en haast altijd buitengemeen boeiend. In Zwarte pracht komen alles en allen aan de orde.
Via WhatsApp had ik het hierover met een vriend op Curaçao die schrijver is. ‘Het is een prachtig boek,’ schreef Eric de Brabander, die naast auteur ook tandarts is. ‘Elke avond voor het slapen gaan een stukje.’
Een wijze raad. En daarna de tanden poetsen.
KEES BROERE
Zwarte pracht; Cultuur uit de voormalige Nederlandse koloniën, door Michiel van Kempen, Van Oorschot, 2025
De expositie Zwarte pracht is nog tot 1 maart te zien in Slot Zeist.
