Vorig jaar werd Ernst Jansz’ debuutroman Gideons droom (1983) heruitgegeven. Speciaal voor deze uitgave stelde hij uit zijn oeuvre de cd Gideons droom samen, zijn meest ‘Indische’ album tot nu. Uit dit repertoire heeft Ernst Jansz nu een theaterprogramma samengesteld: krontjongversies van een aantal van zijn mooiste liedjes in een theatrale setting (8 juni in het Tong-Tong-Theater). Hij zingt o.a. ‘Rumah saya’ en ‘Tijd genoeg’ (uit de Doe Maar-tijd waarin Gideons droom is geschreven), liedjes van zijn soloalbums De overkant en Molenbeekstraat en enkele van zijn Dylan-vertalingen.
Ernst Jansz zingt en vertelt zijn Indische sprookjes en wordt daarin ondersteund door Guus Paat (gitaren), Richard Wallenburg (bas), Aili Deiwiks (viool) en Shelly Lapré (dans, licht- en schaduwspel).
Wie Indische poëzie gezongen wil horen, kan zich waarschijnlijk geen betere vertolkster wensen dan Astrid Seriese: in haar uitvoering krijgt de liedtekst een even bezielde behandeling als de muziek. In 2003 zette zij al op verzoek van Stichting Tong Tong twee gedichten van Vincent Mahieu (Tjalie Robinson) op muziek, voor het openingsprogramma van de 45e Pasar Malam Besar (zoals de Tong Tong Fair vroeger heette) in aanwezigheid van Koningin Beatrix. Samen met Henk Mak van Dijk, bekend van zijn programma’s met klassieke Indische muziek, stelde zij een programma samen waarin muziek en literatuur uit het Nederlands-Indië centraal staan: Angin Timur (‘Oostenwind’).