Renate Heru Utomo, sinoloog en theesommelier, schreef met Theebladeren van smaragd; Een kopje vol geschiedenis een heel persoonlijk boek over “de magie van thee”. Het boek reist door de tijd, langs drie landen: China, Indonesië en Nederland, en weet de fascinatie van de auteur voor thee goed over te brengen, vindt Eva van Geleuken.

“In onze familie is Kho Wan, de man die van China naar Indonesië migreerde, een ankerpunt. Bij hem begint het verhaal dat wij nog kunnen volgen, terwijl alles daarvoor vaag is. Ik vraag me af of thee ook zo’n begin kent, in de vorm van één struik of één boom waar het verhaal samenkomt — niet als vaststaand beginpunt, maar als houvast, een plek waaraan zich betekenis heeft gehecht, simpelweg omdat iemand ernaar is blijven terugkeren.”
Met deze woorden beschrijft Renate Heru Utomo, sinoloog en theesommelier, haar uitgangspunten voor het schrijven van Theebladeren van smaragd; Een kopje vol geschiedenis. Haar boek is geen wetenschappelijk werk, stelt ze nadrukkelijk in het voorwoord, maar “een persoonlijke reis langs smaken, geuren, verhalen van en over thee”. Deze reis bestaat uit drie delen: China, Indonesië en Nederland.
China wordt gepresenteerd als bakermat van de theeplant en de theeceremonie. Heru Utomo citeert bijvoorbeeld een gedicht over thee van Lu Tong, die leefde tijdens de Tang-dynastie (618-907 n.Chr.). Zij heeft dit en andere gedichten zelf vertaald en vertelt ons over de muzikaliteit ervan en de zoektocht naar juiste woorden om die over te brengen.
Zeven kommen thee
De eerste kom bevochtigt mijn droge keel en lippen.
De tweede kom verdrijft mijn eenzaamheid.
De derde kom doorzoekt mijn uitgedroogde binnenste;
Er blijft niets dan woorden: vijfduizend boekrollen.
De vierde kom brengt een lichte zweet teweeg;
alles wat in mijn leven onrecht was,
vervliegt via mijn poriën.
De vijfde kom zuivert vlees en botten.
De zesde kom opent een onsterfelijke kracht.
Na zeven kommen kan ik niet verder drinken.
Ik voel slechts hoe onder mijn armen een zachte zuivere wind
ontstaat.
Waar is de berg Penglai?
Yu Chuanzi wil op deze zuivere wind terugkeren.
Verderop gaat het eerst over het belang van de theehandel, maar vervolgens over de fascinatie voor theeplanten, de bijbehorende rituelen en verwante symboliek. Een en ander wordt gelardeerd met fraaie illustraties, bijvoorbeeld van Shennong, een mythische figuur met twee hoorns en een doorzichtige maag. Dagelijks proefde hij wilde kruiden en planten, waarbij hij zichzelf vaak vergiftigde: zijn maag werd dan zwart. Volgens het verhaal zat hij een keer onder een boom met een pot kokend water, toen daar toevallig een theeblaadje in waaide. Toen hij deze drank dronk, werd zijn maag weer transparant! Daarnaast krijgt de lezer in dit deel ook recepten voor ‘Theesoep op de wijze van de bergstammen’ en ‘Poëtische Ming-thee’.

Bijna op de helft van het boek, in het tweede deel, komen we aan in Indonesië. Gezien de titel van het boek, Theebladeren van smaragd, had ik verwacht dat de theecultuur in dit land (‘een gordel van smaragd’, zoals Multatuli schreef) centraal zou staan. De schrijfster gaat echter niet expliciet in op haar keuze voor juist deze titel, al noemt ze de kleur van jonge theebladeren een keer ‘smaragd’. Naast Indonesië noemt ze ook thee uit Japan en India, maar die informatie blijft zeer beperkt. In het begin van de zeventiende eeuw werden de theebladeren vaak eerst met Chinese jonken naar regionale handelscentra vervoerd en vervolgens verscheept naar Batavia, het strategische hart van de VOC. We zien mooie platen van het wegen van thee, de plantentuin te Buitenzorg en de landschappen van de Preanger. Ook krijgen we een recept voor theesalade aan boord van een schip. De (vaak illegaal) ingevoerde Chinese theezaden sloegen aanvankelijk moeilijk aan in de Javaanse grond, maar dat veranderde met de komst van de Assamthee uit India. Vaak werden op een plantage verschillende soorten thee aangebouwd, afhankelijk van de ligging van hellingen, de winden en terugkerende moessons.
Het laatste deel van het boek is gewijd aan Nederland. Hierin wordt beschreven dat thee eerst een curiositeit voor de elite was en vooral een medicinaal middel. Er staan mooie afbeeldingen in van theepotjes, zeefjes en andere attributen; vaak komen die uit het privébezit van de schrijfster. Zij beschrijft ook met veel plezier hoe een theevisite verliep; als een gast de thee waardeerde, kon hij bijvoorbeeld zeggen: “Een kostelijk zetje!” De uitdrukking ‘even een theebriefje bestellen’ betekende dat je je discreet terugtrok om naar het toilet te gaan. Tijdens de wereldoorlogen werd thee vanzelfsprekend schaarser en kostbaarder. Soms kwam thee letterlijk uit de lucht vallen: in 1941 werden boven bezet Nederlands kleine pakketjes uit vliegtuigen geworpen. Daarin zaten builtjes met thee, met een boodschap: ‘Uit vrij Indië een groet. Houd moed!’

In het slothoofdstuk belanden we in het heden. Heru Utomo loopt langs ‘oude en nieuwe theepaden’: in haar woonplaats Leiden bezoekt ze de theestruik ‘camellia sinensis’ in de hortus botanicus en koopt ze ‘Leidse liefde’ (een zwarte thee met rozen en korenbloemen) bij Het Klaverblad, de oudste nog bestaande theewinkel in Nederland. Ook bezoekt ze Inproc, een koffiebranderij en theehandel aan de Denneweg in Den Haag, waar ze een theemelange koopt, Melati genaamd, die al meer dan 170 jaar volgens (geheim) recept wordt samengesteld. Tegenwoordig wordt er zelfs in Nederland thee verbouwd; de schrijfster plukt zelf blaadjes op Theeplantage Zuyderblad in het Brabantse Soerendonk.

Al met al is de lezer zo van alles te weten gekomen over thee: herkomst, gebruik, handel, ceremonies, gedichten, recepten enzovoort. De schrijfster rijgt al die snippers aan elkaar en ziet daarin haar eigen achtergrond weerspiegeld, “… alsof bladeren, routes en rituelen steeds opnieuw dezelfde patronen volgden. … misschien is dat wel de magie van thee, dat iets zo alledaags tegelijkertijd tijdloos kan zijn.” Die boodschap is wel overgekomen en heeft een zekere charme, maar veel onderwerpen smeken om wat meer diepgang en uitwerking. Wat is het kenmerkende van thee, welke soorten zijn er zoal, waar en hoe groeien die, welke rol speelde thee in Japan, India en andere landen? Deze en vele andere vragen blijven in de lucht hangen. Misschien krijgen we daar binnenkort antwoorden op, want Heru Utomo meldt op haar website dat zij volgend jaar de Theebijbel zal uitbrengen, in de bekende reeks: Chocoladebijbel, Worstbijbel, Airfryerbijbel enzovoort. We kijken ernaar uit!
EVA VAN GELEUKEN
Theebladeren van smaragd, Een kopje vol geschiedenis, door Renate Heru Utomo, Walburg Pers, 2026