Koffie?

Eva van Geleuken bekeek de catalogus bij de tentoonstelling Koffie? Een Nederlandse geschiedenis; zij bewondert de fraaie afbeeldingen en leert van de veelheid aan verhalen, al vindt zij die af en toe wel erg ongelijksoortig. 

Koffie? Een Nederlandse geschiedenis is een uitgave van het Keramiekmuseum Princessehof in Leeuwarden. Hier kun je momenteel een tentoonstelling bekijken onder dezelfde naam. Het boek is samengesteld door Laura Smeets en Denise Campbell, die allebei verbonden zijn aan de Princessehof. Hun streven is het onderwerp ‘koffie’ vanuit vele invalshoeken te benaderen: van de geschiedenis van de koffieplant tot de sociale betekenis van het koffiehuis, en van slavenarbeid op plantages tot de ‘Comforto filterpot’ van Douwe Egberts. Specialisten op al die verschillende terreinen hebben daartoe een bijdrage geschreven.

De koffieplant reisde vanaf de Ethiopische hooglanden naar Jemen; de hoofdstad Mokka groeide vervolgens uit tot de belangrijkste handelsplaats voor koffie. Pas in de tweede helft van de zestiende eeuw wordt koffie, net als thee en chocolade, geïntroduceerd in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. De koffieboon wordt aanvankelijk nog gezien als een exotische rariteit en verschijnt als zodanig in botanische handboeken. Zo betoogt de bekende ‘theedokter’ Cornelis Bontekoe dat koffie helpt tegen scheurbuik, keelgezwellen, kwade gal, stinkende adem en rode ogen.

Olfert Dapper: ‘Naukeurige beschryving Van Asie’, 1680


Al snel ziet de VOC de potentie van koffie in en probeert ze de handelsroutes te domineren. Dat lukt in eerste instantie niet, maar via India weten kooplieden een aantal koffieplanten te bemachtigen. Vervolgens worden er uitgestrekte koffieplantages aangelegd in door de Republiek gekoloniseerde gebieden, met name op Java en in Suriname. Na een periode van teruglopende winsten in de 18de eeuw herovert Nederland zijn koppositie op de wereldmarkt in koffie; dit is met name het gevolg van de oprichting van de Nederlandse Handelsmaatschappij en de invoering van het cultuurstelsel door koning Willem I. De plaatselijke bevolking in Nederlands-Indië werd hierdoor verplicht bepaalde gewassen te verbouwen en een deel daarvan af te staan aan de Nederlandse overheid – tegen minimale compensatie. De schrijvers/samenstellers van het boek
Koffie? gaan uitvoerig in op de erbarmelijke omstandigheden waaronder de ‘inlanders’ moesten werken. Weliswaar wordt slavernij in 1863 in Nederland bij wet verboden, maar veelal leidde dat tot andere vormen van uitbuiting, waaronder de zogenaamde contractarbeid.

Dit soort anti-slavernij kop-en-schotels werden verkocht in loterijen, georganiseerd door dames-comités. Van de opbrengst werden mensen in slavernij vrijgekocht. Van hen werd vervolgens wel vaak een terugbetaling verwacht, met rente


Een apart hoofdstuk is gewijd aan de Surinaamse koffieplantage Jagtlust van de Amsterdamse familie Berewout. Dit gedeelte is geschreven door Thijs Boers, curator bij het Amsterdam Museum. Hij vertelt uitvoerig over de organisatie van de plantage en het enorme vermogen dat deze familie daarmee opstreek. Barbara van Amelsfort, verbonden aan de Amsterdamse hortus, beschrijft de verschillende soorten koffie en de gebieden waarin die tegenwoordig verbouwd worden. Wereldwijd drinken we dagelijks zo’n 3 miljard kopjes koffie; na olie is koffie het meest verhandelde product ter wereld!

Twee medewerkers van het Nationaal Slavernijmuseum stellen ‘Het beeld van koffie’ centraal. Ze vragen aandacht voor het doorwerken van stereotypen over exotische donkere mensen, die bijvoorbeeld in reclames een kopje koffie opdienen, of op een sensuele manier zelf van koffie genieten. Culturele projecten, zoals de theatervoorstelling De Gesuikerde Onderneming, laten zien dat deze stereotypen doorwerken tot op de dag van vandaag.

In ‘Een Turkse fantasiewereld’ duikt het begrip ‘Turkomanie’ op: een westerse fascinatie voor het Turkse leven in het Ottomaanse Rijk. Deze mode begon aan het Franse hof in de achttiende eeuw, maar verspreidde zich snel naar andere landen en kringen, waaronder de rijke burgerij van de Republiek. Kunst en muziek raken geïnspireerd door deze mode; ook het koffieritueel krijgt een ‘Turks’ decor: gasten en bedienden dragen gekleurde, wijde kleding en exotische kruiden als saffraan, gember en kaneel worden aan de koffie toegevoegd.

‘De geschiedenis van het keramische koffiegerei’ is geschreven door Laura Smeets, een van de samenstellers van het boek. Haar verhaal wordt toegelicht met prachtige foto’s van kraantjeskannen, filterpotten, reclameposters enzovoort. Het museum pakt hier vanzelfsprekend flink uit!

In de jaren 1970 willen mensen met de natuur leven. In het interieur laten zij zich inspireren door natuurlijke kleuren en vormen. Bruin, oranje, geel en groen worden de basis van een modieus huishouden


De andere samenstelster, Denise Campbell, wijdt een hoofdstuk aan de ontwikkeling van het koffiehuis in Nederland. Daar werd in de zeventiende eeuw volop gehandeld, gespeculeerd en gediscussieerd. Deze vroege koffiehuizen waren vooral mannenbolwerken, maar in de negentiende eeuw ontstaan de eerste grote, luxueuze grand cafés, waar vrouwen en kinderen ook welkom waren. In diezelfde tijd vormt overmatig alcoholgebruik een groot probleem; mensen raken aan lager wal doordat de karige lonen direct na uitbetaling in de kroeg verdronken worden. Een van de maatregelen die men hiertegen neemt, is het verplaatsen van de uitbetaling van de kroeg naar het koffiehuis. Koffie wordt actief gepromoot als een gezond alternatief voor alcoholische dranken. Campbell besluit haar overzicht in het heden: “Tegenwoordig maken traditionele cafés en de eerste generatie ‘moderne’ koffiehuizen, zoals het in 1996 opgerichte Nederlandse bedrijf Coffeecompany, vaak plaats voor minimalistische koffiebars voor de zogenoemde ‘havermelkelite’. In welke vorm dan ook, in elke stad, bij elk uitje, op elk station en verspreid over heel Nederland, is koffie nooit ver weg.”

De bovenstaande fragmenten vormen slechts een selectie uit het boek Koffie? Een Nederlandse geschiedenis. Het is een interessant overzicht, dat allerlei aspecten van de koffiecultuur kort presenteert. Voor de lezer werkt die grote verscheidenheid hier en daar bevreemdend: je hebt je net vergaapt aan een prachtige koffiepot en wordt dan overvallen door kritische vragen met betrekking tot identiteit en etniciteit. De volgorde van de hoofdstukken lijkt nogal willekeurig; her en der zou wat meer toelichting op zijn plaats zijn. Wat betekent bijvoorbeeld pearlware, dan wel creamware? Ook bevat de catalogus nogal wat slordigheden, zoals spelfouten – misschien moest het boek snel af, voordat de tentoonstelling zou beginnen?

‘Comforto filterpot’ van Douwe Egberts

De grootste attracties van het boek zijn de fraaie afbeeldingen van al het koffiegerei: van bokalen en eenvoudige kommen tot de ‘Comforto filterpot’ van Douwe Egberts en koffiepot ‘Noblesse’ van Mosa uit Maastricht. Dat past natuurlijk wel bij een uitgave van een keramiekmuseum. Op naar Leeuwarden om al dit fraais te bekijken!

EVA VAN GELEUKEN

Koffie? Een Nederlandse geschiedenis, door Keramiekmuseum Princessehof, W-books, 2026

Het Keramiekmuseum Princessehof presenteert van 10 oktober 2026 t/m 29 augustus 2027 de gelijknamige tentoonstelling over koffie.