‘Onderzoek leidt tot waarheid’. Over Indisch Den Haag

Vorig jaar verscheen de studie Sporen van smaragd; Indisch erfgoed in Den Haag, 1854–1945, onderdeel van een langer lopend project met o.a. tentoonstellingen, een wandeling en een conferentie. Esther Wils bespreekt het boek voor Indisch Anders.

Voor wie Indië en Den Haag een warm hart toedraagt is het lezen van Sporen van smaragd; Indisch erfgoed in Den Haag, 1854–1945 een verdeeld genoegen. In het inleidend hoofdstuk passeren in een sneltreinvaart een grote hoeveelheid Indische verenigingen, ondernemingen en idealen die in Den Haag hun wortels hadden. Het Indisch Genootschap (opgericht in 1854, credo: ‘Onderzoek leidt tot waarheid’) en het KITLV (van 1851) zaten vanaf 1862 allebei in de stad en voegden hun collecties samen tot de Koloniale Bibliotheek. Van een op te richten ‘Indisch Huis’ was al in 1825 sprake. Het is een geschiedenis van verhuizingen, steeds nieuwe voortrekkers, mislukking en stug volhouden. Stichting Tong Tong heeft zich als culturele instelling tegen de wind in een onmisbare plek verworven maar moet zich nog steeds schrap zetten om staande te blijven, het Indisch Huis is door wanbeheer de stad uit gedreven, het KITLV is ook in Leiden niet veilig en de ‘koloniale’ boekencollecties zijn, voor zover niet verpatst of ‘opgeschoond’, achter slot en grendel van de Leidse UB verdwenen – wie geen lid is komt er niet in.

Wat is er veel verloren gegaan. En wat een goed initiatief van de dienst Monumentenzorg en hun partners in dezen, om twee dames opdracht te geven het Indisch erfgoed van Den Haag te inventariseren. Wat is vastgelegd als cultuurgoed heeft iets meer kans uit de tengels van onverlaten te blijven. Nota bene: Sporen van smaragd gaat bijna uitsluitend over architectonische sporen: gebouwen en de details daarvan, hun makers en hun functie. Er komt ook schetsmatig een aantal bewoners aan bod – schrijvers Couperus, Douwes Dekker, Noto Soeroto, componisten Van den Sigtenhorst Meijer en Van de Wall, schilder Jan Toorop, ondernemersfamilies als de Kesslers van de latere Shell en ook Indonesische baboes en studenten – maar dat leidt niet tot een samenhangend beeld van de Indische kringen die de stad gedurende een eeuw hebben bevolkt. Daarvoor moet men bij een van de andere uitgaven te rade gaan die in de lange literatuurverwijzing verzameld zijn. Het boek bevat relatief weinig verhaal, wel veel beschrijving en gegevens. Niet eenvoudig te lezen dus, maar het is dan ook de weerslag van een grootscheepse inventarisatie.

Wassenaarseweg 38-40, kantoor van de Nederlands-Indische Spoorweg Maatschappij, glas-in-loodraam. Foto: Dick Valentijn, Monumentenzorg Den Haag (uit besproken boek)
Wassenaarseweg 38-40, kantoor van de Nederlands-Indische Spoorweg Maatschappij, glas-in-loodraam. Foto: Dick Valentijn, Monumentenzorg Den Haag (uit besproken boek)


Verrassingen
Dat onderzoek brengt heel wat onverwachte feiten aan het licht, ook omdat de Indische connectie zeer breed is genomen. Het gaat niet alleen om gebouwen in Indische stijl of met Indisch geïnspireerde decoratie, of een Indisch georiënteerde bestemming – bestuursmatig of op de handel betrokken –, maar ook om panden met Indische opdrachtgevers. Zo blijkt het beeldbepalend paleisje op het Voorhout – nu het Escher Museum – te zijn gebouwd voor een adelborst uit Indië die de neef was van gouverneur-generaal Abraham Patras. Een schitterend Art-Deco-pand in de Venestraat werd gebouwd voor de firma Gerzon die ‘Indiese uitrustingen’ verkocht en ook overzeese vestigingen had.

Waarschijnlijk het mooiste gebouw in Den Haag en de wijde omtrek is het Gemeentemuseum van architect H.P. Berlage. Het is een verrassing dat als ‘Indisch erfgoed’ gepresenteerd te zien. Berlage, die zichzelf als een rationalist beschouwde, werd tijdens een reis over Java zijns ondanks geraakt door de overweldigende, mystieke schoonheid van de grootse tempels. Het Prambanan-complex en de Borobudur wekten bij hem het verlangen zelf ook een tempel te bouwen, geen religieuze maar een voor de kunst. (In de literatuurlijst staat overigens een artikel genoemd van Marty Bax, specialist op het gebied van de theosofisch geïnspireerde kunst, waarin het fraaie gebouw van K.P.C. de Bazel aan de Vijzelstraat ‘de Boroboedoer van Amsterdam’ wordt genoemd. Opmerkelijk!)

Er komen ook woonhuizen, pensions en toko’s langs waaraan aan de buitenkant niets opvallends te zien is. De ‘woonhotels’ Duinwijck en Nirwana in het Benoordenhout en Zorgvliet in Duinoord zijn daarentegen blikvangers. Ze werden met het oog op gepensioneerde Indiëgangers aangelegd, met gezamenlijke voorzieningen: ‘Vooral voor “Indische mensen”, die opzien tegen het voeren van een eigen huishouden, met al de daaraan hier te lande verbonden lasten, is deelname aan te bevelen,’ schreef het Nieuws van den Dag voor Nederlandsch-Indië. Die wetenschap geeft toch een ander tintje aan zo’n gebouw, als je erlangs fietst.

Jan Lavies, reclamekaart voor Waroong Djawa, ongedateerd, collectie KITLV (uit besproken boek)
Jan Lavies, reclamekaart voor Waroong Djawa, ongedateerd, collectie KITLV (uit besproken boek)


Investeren in de Indische erfenis
Het boek loopt over van de plaatjes en dat is een van de aantrekkelijkste aspecten ervan; behalve nieuwe en archieffoto’s bevat het reclamemateriaal en ander grafisch werk. Jammer dat de auteurs een deel van de foto’s zelf hebben gemaakt, wat duidelijk zichtbaar is. Bij een zo luxe uitgevoerde uitgave: hardcover, full colour afbeeldingen, zwaar papier, had men niet op de fotografie moeten bezuinigen.

Wethouder Rabin Baldewsingh stelt in zijn voorwoord dat ‘Den Haag één groot monument [is], dat herinnert aan de historische band tussen Nederland en het voormalige Nederlands-Indië’. Dat is maar lichtelijk overdreven, kan je na lezing van het boek vaststellen. Misschien is 2015, zeventig jaar na de onafhankelijkheid van Indonesië en het einde van Indië, een goed moment om nog eens zo’n Indisch instituut te openen, voor de TongTongloze maanden, ter bewaking van het Indische cultuurgoed en ter verlevendiging van de armoedig leegstaande panden in de mooiste straten van de stad. Een uitgebreide, toegankelijke bibliotheek, een galerie, een café met koppie toebroek, debatten en lezingen. Private collecties genoeg, en er is nog altijd veel onderzoek gaande.

ESTHER WILS

Andréa A. Kroon en Audrey Wagtberg Hansen, Sporen van smaragd; Indisch erfgoed in Den Haag, 1854–1945, uitgave De Nieuwe Haagsche, VOM-reeks 2013-2.