De biografie die Andrea Wulf schreef over de Duitse ‘ontdekkingsreiziger’ George Forster, is een plezier om te lezen, vindt Siegfried Huigen, al is er op zijn uniciteit als verlicht denker over wat voorheen ‘primitieve volkeren’ heetten wel wat af te dingen.

De Brits-Duitse Andrea Wulf lijkt een vaste formule te hebben gevonden voor haar veelgeprezen boeken, die in eerste instantie op de Engelstalige markt zijn gericht. Ze kiest figuren uit de Duitse cultuurgeschiedenis die in de Engelstalige wereld relatief onbekend zijn, maar van onmiskenbare betekenis, en verbindt hun levens en ideeën met vragen die ook in het heden van gewicht zijn. In haar boek over Alexander von Humboldt, De uitvinder van de natuur, stond zo de holistische benadering van de natuur centraal, terwijl haar boek over de romantici van Jena, Rebelse genieën, draaide om het ontstaan van de moderne individualiteit. Met haar nieuwste boek, De reiziger, over Georg of George Forster, brengt ze opnieuw een in de Engelstalige wereld onbekende figuur voor het voetlicht, ditmaal als voorbeeld van een opmerkelijk open en eigentijdse omgang met menselijke diversiteit. Zoals steeds berusten Wulfs boeken op een grondige kennis van de Verlichting en de vroege Romantiek, en op een brede beheersing van de relevante primaire en secundaire literatuur. En minstens zo belangrijk: ze schrijft het buitengewoon vlot en aanstekelijk op.
Voor wie de enthousiaste recensies van De reiziger in binnen- en buitenlandse kranten nog niet heeft gelezen, zal ik eerst Forster voorstellen. Daarna wil ik enkele kritische kanttekeningen plaatsen bij de wijze waarop Wulf hem typeert.
Wie was Forster?
Forster werd in 1754 geboren in de buurt van Danzig (Gdańsk), in Pruisen, en vertrok in 1765 met zijn vader Johann Reinhold (1729-1798) naar Rusland. Vader Forster was een gefrustreerde dominee, die liever natuuronderzoeker had willen worden en daarom de gelegenheid aangreep om betaald door de Russische regering Duitse migranten langs de Wolga te bezoeken en een verslag op te stellen over hun vestiging. De kleine George moest mee als assistent van zijn vader. Zijn rol als vaders assistent zou hij tot zijn 23e blijven vervullen. Vader en zoon vormden in die tijd een duo zoals Kuifje en kapitein Haddock, waarbij de zoon geregeld de vader uit de (financiële) problemen moest redden omdat deze het steeds weer met iedereen aan de stok kreeg. Het gevolg was ook dat George sinds zijn tiende bijna geen formeel onderwijs heeft genoten. Anders dan Kuifje moet hij wel het een en ander van zijn vader hebben geleerd – Wulf gaat hier niet op in – want wanneer hij later in het destijds Poolse Vilnius professor wordt, blijkt hij zijn studenten in het Latijn te kunnen onderrichten. Dat gaat hem niet gemakkelijk af, maar hij kan zich redden. Het ging beter met Engels en Frans dat hij vloeiend leerde spreken en schrijven.

Na het mislukte Russische avontuur – zijn vader weigerde een enthousiast verslag te schrijven over de treurige levensomstandigheden van de migranten – belandden de Forsters in Londen en greep Reinhold de gelegenheid aan om als wetenschapper deel te nemen aan de tweede reis van James Cook naar het zuidelijk halfrond. George moest weer mee als zijn vaders assistent. Tijdens de reis deed hij vooral dienst als tekenaar van de naturalia die onderweg werden verzameld. Hij blijkt dan een zeer verdienstelijke tekenaar te zijn, iets wat hij zich onderweg zelf eigen moet hebben gemaakt.
Oog voor de ander
Van 1773 tot 1775 voeren de Resolution van James Cook en een zusterschip door de Arctische wateren en de Stille Oceaan. Ze drongen zuidwaarts door tot het schip bijna door het ijs werd gekraakt, maar bereikten het vasteland van Antarctica nooit. Wel deden ze Nieuw-Zeeland, Tahiti en verschillende andere eilanden in de Stille Oceaan aan, waar George volop gelegenheid kreeg kennis te maken met samenlevingen en leefwijzen die sterk verschilden van het achttiende-eeuwse Europa. Hoe hij zich tegenover deze mensen opstelde, vormt de kern van Wulfs boek. Waar Cook grotendeels vasthield aan Europese waardepatronen, wist George die in opmerkelijke mate los te laten, zelfs wanneer dat nadelig kon uitpakken voor de bemanning van de Resolution. Zo toont hij begrip voor eilandbewoners die spullen van de bemanning meenemen en zelfs voor Māori die enkele matrozen doden en opeten. Tegelijkertijd heeft hij oog voor de schadelijke gevolgen van de Europese aanwezigheid: de komst van de schepen leidt namelijk tot schietpartijen en de verspreiding van ziekten onder de lokale bevolking. George is bovendien een scherpzinnig waarnemer. Op grond van de verspreiding van de broodboom en overeenkomsten tussen verschillende talen, waaronder het Maleis, formuleert hij de hypothese dat de Polynesische bevolking door migratie vanuit Zuidoost-Azië over de Stille Oceaan is verspreid. Pas in de late twintigste eeuw zou deze hypothese door DNA-onderzoek worden bevestigd.

Na hun terugkeer dringt vader Reinhold er bij zijn zoon op aan een verslag van hun reis te schrijven. De dan 23-jarige George publiceert daarop A Voyage Round the World in His Britannic Majesty’s Sloop Resolution (1777), een werk dat als een mijlpaal in de reisliteratuur geldt omdat het, anders dan in die tijd gebruikelijk, een sterk persoonlijke toon had. Het boek maakt hem op slag beroemd en brengt hem in contact met vooraanstaande intellectuelen, met wie hij vriendschappen aanknoopt en discussies voert. Zo raakt hij verwikkeld in een polemiek met Immanuel Kant, waarin hij zich keert tegen diens racistische opvattingen – een pijnlijk aspect van het oeuvre van de filosoof – en de gelijkwaardigheid van alle mensen verdedigt.
De reis met Cook zou de enige wereldreis blijven waaraan George Forster deelnam en na zijn terugkeer zou hij zich nergens meer blijvend vestigen. Een van zijn latere Europese reizen, die hem onder meer naar Nederland en Engeland bracht, leverde opnieuw een belangrijk werk in de reisliteratuur op: Ansichten vom Niederrhein, von Brabant, Flandern, Holland, England und Frankreich (1791–1794). Forster schrijft daarin met bewondering over Amsterdam als internationale handelsmetropool, maar heeft ook oog voor de politieke spanningen tussen orangisten en patriotten. Noord- en Zuid-Nederland, en de VOC-gebieden die Forster heeft beschreven, blijven in Wulfs boek overigens geheel buiten beeld.
Na de publicatie van A Voyage Round the World probeert Forster op zijn reputatie voort te bouwen en een zelfstandige intellectuele loopbaan te realiseren, maar slaagt daarin slechts ten dele. Hij krijgt alleen aanstellingen als hoogleraar of bibliothecaris bij de kleine landsheren die de dienst uitmaken in de Duitse staten en in het verre Vilnius, in het Pools-Litouwse Gemebest. Ook zijn privéleven kent weinig stabiliteit. Zijn gezondheid is blijvend aangetast door de reis met Cook, terwijl zijn vrouw herhaaldelijk affaires heeft. Forsters verregaande tolerantie op dit vlak blijkt onder meer uit zijn bereidheid om een ménage à trois te vormen.
Aan het einde van zijn korte leven raakt Forster bovendien betrokken bij de politieke omwentelingen die door de Franse Revolutie in gang zijn gezet. Nadat in 1792 in Mainz een republiek is uitgeroepen en de plaatselijke aartsbisschop is verdreven, behoort hij tot de leiders van de nieuwe orde. Om te voorkomen dat Pruisen de revolutie in Mainz ongedaan zou maken, reist hij naar Parijs met het verzoek om de stad en haar omgeving bij Frankrijk in te lijven. Dat politieke engagement komt hem na zijn dood zwaar te staan. Forster sterft in 1794 op 39-jarige leeftijd op een zolderkamer in Parijs en geldt in Duitsland gedurende de negentiende eeuw en nog lang daarna als een landverrader. Pas in de DDR wordt zijn reputatie in ere hersteld. Daar wordt hij naar voren geschoven als revolutionaire natuuronderzoeker en politiek progressief denker; zijn verzamelde werken verschijnen in Oost-Berlijn en het Oost-Duitse onderzoeksstation op Antarctica wordt naar hem vernoemd.

Geestverwant: Peter Kolb
Wulf heeft een uitstekend boek over Forster geschreven, waarin zij diens intellectuele kwaliteiten en zijn tragiek overtuigend naar voren brengt. Toch legt ze naar mijn smaak te veel nadruk op de uitzonderlijkheid van Forsters tolerante houding tegenover niet-Westerse, door tijdgenoten vaak als ‘primitief’ aangeduide culturen. Forster had op dit terrein namelijk een belangrijke, zij het tegenwoordig nauwelijks bekende voorganger: Peter Kolb (1675-1726). Rousseau, die in dit opzicht ook relevant is, wordt door haar alleen vanuit een andere optiek ter sprake gebracht.
Peter Kolb publiceerde in 1719 Caput Bonae Spei hodiernum, das ist: Vollständige Beschreibung des Africanischen Vorgebürges der Guten Hofnung (Nederlandse vertaling: Naaukeurige en Uitvoerige Beschryving van de Kaap de Goede Hoop, 1727), een omvangrijk werk over de Kaap de Goede Hoop waarin hij uitvoerig aandacht besteedt aan de lokale bevolking, de Khoekhoen of ‘Hottentotten’, die in Europese publicaties doorgaans een beroerde reputatie genoten. Kolb doet zijn best om de gangbare voorstelling te deconstrueren en te vervangen door een acceptabeler beeld dat feitelijk nauwkeuriger onderbouwd is. Forster kende dit werk en verwees ernaar in zijn A Voyage Round the World, wanneer hij zijn indrukken van de Kaap beschrijft. Dat verband blijft bij Wulf onbesproken, zoals ze ook aan Forsters bezoek aan de Kaap voorbijgaat.

Kolbs beschrijving van de Khoekhoen was bijzonder invloedrijk, vooral vanwege de rijkdom aan empirische observaties. Via vertalingen en samenvattingen vond zijn werk zijn weg naar het Europese debat over de mens en diens ontwikkeling. Zo werd het onder meer gelezen door Jean-Jacques Rousseau en Immanuel Kant. Rousseau gebruikte Kolbs beschrijvingen bij zijn voorstelling van een vroeg, nog niet door beschaving gecorrumpeerd stadium van de menselijke ontwikkeling in Discours sur l’origine et les fondements de l’inégalité parmi les hommes (1755). De beroemde (en beruchte) ‘edele wilde’, de gelukkige natuurmens uit Rousseau’s denken, was in belangrijke mate gebaseerd op Kolbs beschrijving van de Khoekhoen. Forster verwees zowel naar Kolb als naar Rousseau.
Wulf vermeldt wel dat Forster Rousseau bekritiseerde voor zijn idealisering van de natuurmens. Maar dat doet weinig af aan een belangrijker punt dat in haar boek onderbelicht blijft: Forsters bereidheid om niet-Europese samenlevingen met begrip en zonder vanzelfsprekende gevoelens van superioriteit tegemoet te treden, was niet zo uniek als Wulf suggereert. Reeds lang voor Forster hadden Europese reizigers en denkers zoals Kolb en Rousseau een vergelijkbare houding ontwikkeld en juist hun geschriften vormden mede het intellectuele kader waarbinnen Forster zelf kon denken en schrijven. Zijn verdienste ligt dan ook minder in het feit dat hij als eerste Europese superioriteitsbeelden ter discussie stelde dan in de persoonlijke betrokkenheid waarmee hij dat deed. Daarmee wordt Forster niet minder interessant, maar wordt Wulfs voorstelling van hem als een uitzonderlijke voorloper van het moderne denken over culturele diversiteit wel aanzienlijk minder overtuigend.
SIEGFRIED HUIGEN
De reiziger. Het uitzonderlijke leven van George Forster en zijn zoektocht naar de mens, door Andrea Wulf, Atlas Contact, 2026
Afbeelding bovenaan: de schepen Resolution en Adventure van James Cook voor anker in Tahiti in augustus 1773, door William Hodges (1776)